Holwierde


TEERTUNNEN OF DOOPPOTTEN

De inwoners van Holwierde worden ook wel teertunnen of doofpotten genoemd.

Helaas is over de oorsprong van deze schimp -of scheldnamen met betrekking tot de Holwierders niets met zekerheid te achterhalen.

Er zijn wel een paar mogelijke verklaringen.

Teertunnen
Een teerton is een 100 of 200 liter vat waarin in vroeger tijden teer werd bewaard. Zo’n teervat zelf kon natuurlijk goed en langdurig branden en daarom werden brandende teertonnen wel gebruikt bij vreugdevuren als overwinning op de vijand of als hoogste punt op een paasvuur.

Ook werden teertonnen ingezet als bestrijding tegen de pestbacterie (“zwarte dood´) om zo (naar men toen meende) de vervuilde lucht te zuiveren. De pest heerste o.a. rond 1666 in Groningen (en ommelanden). Een predikant uit het aan het industriegebied Delfzijl opgeofferde dorpje Oterdum, stierf hieraan in dit jaar.

Voordat vuurtorens als baken voor de zeeschepen werden gebruikt, werden brandende teertonnen langs de kust gezet om de zeelui de weg te wijzen. Mogelijk dat deze tonnen ook langs de kust van de Eems (en dus langs de dijk bij Nansum) hebben gebrand bij nacht en storm. In die tijd was de vaarroute over de Eems nog aan de Hollandse kant.
Zo’n teerton stond dan ook te branden op de juffertoren aan de zuidzijde van de kerk, vanwaar zij goed op zee was te zien.

Doofpotten
Letterlijk is een doofpot een pot(je) waarin nog niet uitgebrande brandstof werd gestopt wat hierna luchtdicht werd afgesloten. Zo kon er de volgende dag de kachel weer mee worden opgestookt.

Mogelijk werden deze doofpotten o.a. in Holwierde gefabriceerd.

Iets in de doofpot stoppen is een bekende uitdrukking. Stonden Holwierders hierom bekend?

doofpot