Holwierde


HOE DE GEMEENTE HOLWIERDE TERECHTKWAM IN BIERUM

Waarschijnlijk hebt u nog nooit van de gemeente Holwierde gehoord. En toch heeft die gemeente bestaan, tussen 1808 en 1811. Het was de tijd van het Koninkrijk Holland en koning Lodewijk Napoleon had een reglement ingevoerd voor het bestuur van de plattelandsgemeenten in de provincie Groningen. Er was een gemeentelijke indeling gemaakt waarbij de dorpen Bierum, Spijk, Holwierde, Godlinze en Losdorp onder de gemeente Holwierde kwamen te vallen. Het bestuur van de gemeenten bestond uit drie tot vijf personen en een secretaris. Het takenpakket liep uiteen van het toezicht op de openbare orde en het onderhouden van dorpsstraten tot het heffen van belastingen.

Van het archief van de gemeente Holwierde is slechts één zogenaamd brievenboek bewaard gebleven, waarin de verzonden brieven van het gemeentebestuur staan afgeschreven. Hierin kunnen we het één en ander te weten komen over dit gemeentebestuur. In de eerste brief, gericht aan de heer Landdrost van het departement Groningen en gedateerd op 19 november 1808, laat men weten dat er in Holwierde geen geschikt vergaderlokaal voorhanden was en men daarom is uitgeweken naar Bierum alwaar voor 50 gulden per jaar een huis met 4 kamers kon worden gehuurd.

In een brief van 26 november laat men diezelfde landdrost weten wat het zoal kost om een gemeente te besturen. Behalve de al eerder genoemde 50 gulden voor de huur van een gemeentehuis moet er een tafel worden aangeschaft voor 30 gulden, een lessenaar voor 20 gulden, een kast kost 40 gulden en 8 stoelen kosten 56 gulden. Verder moet er inkt worden gekocht en “zandkoper”. Hiermee werd vermoedelijk het zand bedoeld dat werd gebruikt om de inkt sneller te laten drogen. In veel oude registers kun je dit zand nog steeds aantreffen. Ook een hamer en een schel moeten er komen. De hamer is natuurlijk voor de voorzitter om tijdens de vergaderingen de orde te bewaren. Het nut van een schel (een bel) is minder duidelijk.

Vuur en licht staan voor 50 gulden op de begroting en “schrijfbehoeftens, brieveporten en prothocollen” voor 100 gulden. Ook staat er nog een post die wordt omschreven als “secretary expeditie van zaken voor het gemeentebestuur”. Er wordt 100 gulden voor uitgetrokken en ik vraag me af wat ermee bedoeld wordt. Reiskosten? Of misschien de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.

De totale begroting bedraagt 464 gulden en waar ze dat vandaan moeten halen is nog even de vraag. De brief aan “Mijn Heer de Land Drost” eindigt dan ook met het uitspreken van de hoop “hiermede voldaan te hebben aan de intentie van UHEGestr. (UHoogEdelGestrenge) en gaarne wenschende dat UHEGestr. ons een middel tot verkrijging dezer penningen aanwees”. De brief is ondertekend door Harm Jan van Bolhuis, secretaris van het gemeentebestuur van Holwierde.

In het archief van de latere gemeente Bierum bevindt zich een lijst, opgemaakt op 1 augustus 1811, van archiefstukken en meubelen die door het gemeentebestuur van Holwierde zijn overgedragen aan het nieuwe gemeentebestuur van Bierum. Behalve een hoop archiefstukken staan er ook meubelen en kantoorbehoeften op vermeld: “een tavel, een lessenaar, een eiken kast, agt stoelen en drie inkt potten”, tezamen waarschijnlijk de volledige inrichting van het gemeentehuis.

De vele archiefstukken die in de lijst worden genoemd zijn allemaal verdwenen op het al eerder genoemde brievenboek na. Ingekomen stukken, besluiten van het gemeentebestuur, lijsten van dienstplichtigen, lijsten van de volkstelling, geboorte- en sterflijsten, opgaven van de diaconieën, opgaven van het schoolwezen, we hadden het graag nog eens willen bekijken maar het is allemaal weg. Misschien is de kachel er mee aangemaakt, misschien is het als oud papier verkocht, zoals bij sommige gemeentebesturen in de 19de eeuw gebruikelijk was.

De lijst bevat een aantal raadselachtige zaken zoals “Een paquet lijsten van de boerenknegten behorende tot de begroting” of “een paquet van deuren en vensters, en andere papieren van weinig nut”. Boerenknechten die op de begroting staan en deuren en vensters die van papier zijn gemaakt, het was een wonderlijke tijd.

De lijst is ondertekend door Seebe Tammes, J.L. Schoonbeek en Daniël Roelfs en ik vermoed dat deze mensen deel hebben uitgemaakt van het gemeentebestuur van Holwierde. Daniël Roelfs werd eind augustus 1811 geïnstalleerd als adjunct-maire (wethouder) van de nieuwe gemeente Bierum. De heren Tammes en Schoonbeek komen in het latere gemeentebestuur niet meer voor.

Het brievenboek, het enige overgebleven archiefstuk van de gemeente Holwierde, werd onlangs van de zolder van de bibliotheek van Spijk overgebracht naar het gemeentehuis in Delfzijl. Het is nu 200 jaar oud en als we er heel zuinig op zijn gaat het nog 200 jaar mee zodat onze achter- achter- achterkleinkinderen met eigen ogen kunnen zien dat het gemeentebestuur van Holwierde naar Bierum verhuisde omdat in Holwierde geen geschikt vergaderlokaal aanwezig was.