Holwierde


OUDEJAARSVIERINGEN

Zo rustig als tegenwoordig (anno 2010) de oudejaarsnacht in Holwierde wordt doorgebracht, zo onrustig en vol kwajongensstreken ging het er in deze nachten aan toe in de vorige eeuw. Menig “buitenboel’ verwisselde in deze nacht van eigenaar of werd naar elders gesleept, daarnaast waren er ook de ludieke acties.
Hieronder een aantal van deze acties.

Rumoer in de oudejaarsnacht
Geschreven door dhr. J. Oldenhuis, uit het blad Groninger Kerken december 1999

De viering van oud en nieuw van 1850-1851 in Holwierde haalde de krant. In die nacht klom een groep jonge mensen de toren in om onder genot van een goed glas jenever de Stephansklok te luiden. Het gemeentebestuur dat deze plannen had voorzien, had maatregelen genomen om dit feest tegen te gaan.
Het had de klepel uit de klok laten nemen om de jongelui het hoogtepunt van hun festijn te ontnemen. Daar had het gemeentebestuur verschillende redenen voor. In de eerste plaats wilde het graag een einde maken aan die zwelgpartijen boven in de toren en daarnaast was het riskant omdat de toren bouwvallig was. Het langdurig luiden van de klok en de aanwezigheid van zoveel mensen in het verzwakte bouwwerk was te gevaarlijk. De organisatoren van het “Stephansluiden” hadden echter al ver voor de Oudejaarsnacht gehoord van de maatregelen van gemeentewege en daarom bedachten ze iets om toch klokgelui over Holwierde te laten beieren. Eén van de jonge kerels kwam op het idee om een gewicht van 50 oude Nederlandse ponden (35 kilo) aan een touw in de klok te hangen.
Zo lukte het toch om in het nachtelijke donker het niet verwachte klokgebrom te laten horen. De overwinnningsvreugde boven in de toren was echter van korte duur. Plotseling ontdekten de feestvierders dat het touw waarmee de geïmproviseerde klepel was bevestigd, begon te scheuren. Ze probeerden in paniek de neerstortende ijzeren klomp te ontspringen. Eén van hen rolde van de trap maar bleef halverwege hangen, een ander sprong geschrokken in een van de galmgaten en werd door de tralies voor een doodsmak behoed, een derde brak een been. Kennelijk maakte deze troep jongeren, toen ze eenmaal beneden was, zoveel lawaai dat een losgeraakt paard dat in een schuur rondstapte, geschrokken in een hoop los stro sprong en zijn nek brak.
Aldus de weergave van de gebeurtenissen tijdens de jaarwisseling van 1850-1851 in Holwierde in de Provinciale Groninger Courant.

De Holwierders maakten zich boos over deze berichtgeving naar aanleiding van de gebeurtenissen in hun dorp. Naar hun zeggen was het een sterk overdreven weergave van de feiten. Een grote groep jongeren was inderdaad in de toren geklommen, had in de lege klok het bewuste gewicht gehangen en deze noodklepel was inderdaad naar beneden gevallen. Maar de man die een been brak, trof dit ongeval pas de volgende dag en niet daar in de toren en het verongelukte paard had z’n nek al gebroken voordat de luiders aan het touw trokken. De Holwierders waren vooral boos omdat met dit bericht de indruk werd gewekt dat Holwierde de oude gewoonten nog hanteerde die niet meer pasten in een eeuw van verlichting, waardoor ze werden uitgetekend als achterlijke lieden die niet met hun tijd meegingen. Het jongvolk had echter veel genoegen beleefd aan het festijn in de oude toren van Holwierde. Wel had het gemeentebestuur er verstandig aan gedaan om de klepel uit de klok te halen, want het gevaar zal tamelijk groot zijn geweest.
Twee jaar later werd de oude toren gesloopt. Waarschijnlijk is de Stephansklok tijdens die rumoerige nacht in de eeuwenoude toren van Holwierde voor de laatste maal geluid.

De kerk en toren van Holwierde op een tekening van H. Teijsinga uit 1738. De Juffertoren staat hier echter aan de westzijde van het kerkgebouw, terwijl deze hoge toren in werkelijkheid aan de zuidzijde stond.

Scannen0001
Klokluiden
Het was een goede gewoonte in de oudejaarsnacht de klok van de kerktoren te smeren door deze langdurig te luiden. Natuurlijk werd hierbij niet alleen de klok gesmeerd…
Dat deze gewoonte met het bijbehorende lawaai enige inwoners verontrustte valt te bedenken, daarom besloot het kerkbestuur dat het met deze gewoonte maar afgelopen moest zijn en deed zij de deuren van de kerk na de oudejaarsdienst stevig op slot.
Of onze klokkenluider zich na deze dienst heeft laten insluiten of zich op een andere weg toegang heeft verschaft tot de klokkentoren is niet bekend, feit is dat Riekent Mulder zich na het middernachtelijk uur in de toren bevond met als doel haar gelui nog enige tijd te laten voortduren.
Op zeker moment echter kwamen een paar veldwachters op het klokgelui af en klommen daartoe zelfs tot in de toren. Riekent zou er gloeiend bij zijn want een uitweg was er voor hem niet. Wel een verstopplek, de enige, en voor hij zich kon bedenken klom hij in de klepel van de klok. Vanuit deze positie was hij onzichtbaar voor onze agenten die dan ook met een gerust hart afdaalden en de kerk weer afsloten.
Zo hing Riekent in de klepel van de klok totdat deze op het hele uur weer ging luiden en Riekent, aan de klepel hangend, mee werd bewogen van de ene naar de andere kant.
Als een haas wilde hij hierna maken dat hij weg kwam.
Dit moest het liefst ongezien en dat lukte. Vanuit de klokkentoren over het dak van de kerk totdat hij zich in een goot kon laten zakken en van daaruit via de regenpijp aan de zuidzijde van de kerk heel voorzichtig naar beneden en wegwezen.
De Holwierders hebben die nacht vast rustig kunnen slapen en Riekent……. zal ongetwijfeld enige spierpijn aan zijn avontuur hebben overgehouden.

De melkbus
Dat een melkbus tijdens de oudejaarsnacht niet alleen gebruikt hoeft te worden voor het afschieten van carbid, bewijst het onderstaande verhaal over een vermetele stunt.
Op de plek waar nu de peuterspeelzaal is gevestigd aan de Hoofdweg, stond van 1888 tot 1970 de zuivelfabriek  “De Toekomst”. Bij deze fabriek behoorde een gemetselde schoorsteenpijp die hoger was dan de Holwierder kerk.
In één van de laatste vooroorlogse jaren klom bovengenoemde Riekent Mulder in de oudejaarsnacht langs deze pijp naar boven met een melkbus. Of hij deze melkbus op het terrein van de fabriek had gevonden of had meegenomen van zijn ouderlijke woning aan de Krewerderweg is niet bekend, wel dat hij de melkbus, om zijn handen tijdens het klimmen vrij te hebben, op zijn rug had gebonden. Boven aangekomen werd de melkbus  op de bliksemafleider van de pijp geplaatst waarna de afdaling kon beginnen.
Een huzarenstukje en een leuke grap maar …. De directie van de fabriek had de volgende dag wel een probleem. Die melkbus moest er toch ook weer af en wie zou dat durven te doen? Wel, dat laat zich raden….. natuurlijk degene die hem ook had geplaatst.
Toen Riekent bij daglicht zijn werk aanschouwde, leek de pijp toch wel een beetje hoger dan in het donker van de afgelopen nacht.
Maar Riekent was zeker geen angsthaas en toog weer naar boven om de pijp van zijn afsluitende lading te ontdoen waarna de rook weer uit de schoorsteen kon ontsnappen.
In een later jaar heeft M. Tuik uit Nansum dezelfde klim met een melkbus volbracht.

De kei
In de 50-tiger jaren van de vorige eeuw zijn aan de zuidzijde van Holwierde richting Marsum, een zeven-tal bunkers gebouwd als navigatiestation van de Koninklijke Luchtmacht. (m.b.t. de Koude Oorlog). Tijdens de graafwerkzaamheden voor deze bunkers werd een grote zwerfkei gevonden, vermoedelijk ooit meegegleden met het landijs dat vanuit Scandinavië ons land in de 3e ijstijd bedekte.
Deze kei, zo verklaarde toenmalig burgemeester Brons van de gemeente Bierum, waartoe ook Holwierde behoorde, moest een plek krijgen op historische grond in het naamdorp van de gemeente. Bierum dus.
Hier waren de Holwierders het niet mee eens omdat de kei om hun grondgebied was gevonden.
Protest hielp echter niet, de kei werd geplaatst naast de Hervormde kerk in Bierum.
“Wanneer ons de kei niet op legale wijze wordt gegund, dan moeten we hem maar ontvoeren”, zullen enige Holwierders hierna hebben bedacht. En zo werd een plan beraamd om op oudejaarsnacht 1955 de kei weer terug naar Holwierde te halen.
Bij landbouwer A.W. Ritsema op Ooster-Feldwerd werd in de schuur een zware kraanwagen van Lommerts verstopt en toen was het afwachten totdat het op de weg wat rustiger werd.
Tegen vier uur in de morgen dachten de heren dat het veilig genoeg was om op pad te gaan maar aangezien de politie zich al een keer had laten zien, ging de weg voor de veiligheid over Losdorp en de Krommeweg langs Luingaborg. Tijdens het wachten bij Ritsema thuis, waren 2 van de mannen al vooruit gegaan naar Bierum en hadden alvast stroppen om de steen gelegd.
Toen de kraan dan ook in Bierum arriveerde was het maar even en de steen was gelicht.
De kraanwagen was echter Bierum nog niet uit toen achter elkaar al 2 banden knapten, vermoedelijke door de toch wel erg zware lading. Maar de steen moest en zou naar Holwierde, met of zonder lekke band.
Onderweg op de Bierumerweg, kwam het konvooi een Bierumer tegen op weg naar huis. Aangezien deze voortijdig alarm zou kunnen slaan, werd hij gedwongen voor de kraan uit terug richting Holwierde te fietsen. Ter hoogte van Ritsema’s boerderij mocht hij weer omkeren naar huis.
Helemaal ongemerkt waren ze uit Bierum niet vertrokken, want even later werd de kraanwagen ingehaald door een auto met Tiemen Oldenhuis achter het stuur.
Daar deze de auto even verderop voor de kraanwagen parkeerde en op de Holwierders kwam toelopen, zag “generaal’ Ritsema zijn kans schoon, sprong uit de kraanwagen en reed de auto van Oldenhuis weg zodat deze niet weer terug kon.
Tegen ‘t zes uur lag de steen op de plek van bestemming, op het grasveldje onder de bomen vlak tegenover de nu oude openbare school. Bij café de Jong (nu café Keilhoes) werd de goede afloop toen met een glaasje gevierd.
Twee jaar heeft de steen hier gelegen totdat de Bierumers, zonder enig Holwierder vermoeden, de steen weer terug naar “huis” haalden in de vroege Nieuwjaarsochtend van 1957.
Het jaar daarop was het te riskant om de steen weer terug te halen, Bierum stond op scherp, maar een paar jaar later lukte het wel. Niet in de oudejaarsnacht maar één nacht daarvoor. Toen was het immers al de 31e, al vonden de Bierumers dit niet sportief.

De kei heeft hierna nog een uitstapje naar Godlinze gemaakt maar met een “eigen’ kei voor dit dorp kwam de Holwierder kei al snel weer terug.
Een aantal jaren bleef het toen rustig totdat men op oudejaarsdag 1966 lucht kreeg van weer een actie van de Bierumers. De steen werd toen in Holwierde rondom ingepakt met geparkeerde auto’s en vrachtwagens waardoor het onmogelijk was voor een kraan om de kei op te pakken zonder risico op schade aan de geparkeerde voertuigen.
De grap was er toen wel af en vanaf die tijd ligt de zwerfkei rustig op Holwierder grond.

En Bierum?………kreeg zijn, naar eigen zeggen veel grotere, kei die uit Emmen werd gehaald.