Holwierde


OPRICHTING STATUTEN
1997K260CR/Akte van oprichting

Heden, achttien augustus negentienhonderd zeven en negentig, verschenen voor mij, mr Hendrik Jan Kornelis Kuipers, notaris ter standplaats de gemeente Appingedam:

  1. de heer Paul Antons, geboren te Delfzijl op achttien april negentienhonderd één en vijftig, constructie-bankwerker/lasser, wonende te 9905 PJ Holwierde, Gedempte Haven 4, gehuwd; die zich legitimeerde middels zijn paspoort met nummer N24179073;
  2. mevrouw Gerkje Bosgraaf, geboren in de gemeente Dantumadeel op zes april negentienhonderd negen en veertig, huisvrouw, wonende te 9905 PD Holwierde, Hoofdweg 52A, gehuwd met de heer Dieters;die zich legitimeerde middels haar rijbewijs met nummer 3117187214;
  3. mevrouw Trijntje Buurma, geboren te Delfzijl op zeven en twintig november negentienhonderd acht en vijftig, huisvrouw, wonende te 9905 PS Holwierde, Bansumerweg 34, gehuwd met de heer Westerhuis; die zich legitimeerde middels haar identiteitskaart met nummer 002432002;
  4. mevrouw Liliane Hofman, geboren te Dordrecht op twintig mei negentienhonderd drie en zestig, huisvrouw, wonende te 9905 PP Holwierde, Bansumerweg 37, gehuwd met de heer Van der Broek; die zich legitimeerde middels haar rijbewijs met nummer 0031468116;
  5. mevrouw Petra Star, geboren te Delfzijl op vier december negentienhonderd zes en zestig, beheerder, wonencie te 9905 TH Holwierde, De Schelp 23, gehuwd met de heer De Boer; die zich legitimeerde middels haar rijbewijs met nummer 3117609663.

De comparanten verklaarden dat zij bij deze akte een stichting oprichten en daarvoor de volgende statuten vaststellen:

NAAM, ZETEL, EN DUUR
ARTIKEL 1

  1. De stichting draagt de naam: Stichting Dorpsbelangen De Drie Maren.
  2. Zij heeft haar zetel te Holwierde, gemeente Delfzijl.
  3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

DOEL
ARTIKEL 2

  1. De stichting heeft als doel het in de breedst mogelijke zin behartigen van de dorpsbelangen en het bevorderen van de leefbaarheid in het werkgebied van de stichting.  Het werkgebied van de stichting wordt gevormd door het gebied waar Grote Heekt, Bierummer Maar en Lege Heekt in elkaar overgaan en het nabije stroomgebied van deze maren.
  2. De stichting tracht het in lid 1 genoemde doel te bereiken, onder meer door: het bijeenbrengen van de benodigde gelden, onder andere door het werven van donateurs, het binnen haar mogelijkheden organiseren en ondersteunen van activiteiten die passen binnen de doelstelling van de stichting; het onderhouden van goede relaties met het gemeentebestuur; het onderhouden van contacten met instellingen en organisaties; het bevorderen van goed overleg tussen verenigingen, belangenngroeperingen en dergelijke in het werkgebied van de stichting.

BESTUUR/STICHTINGSRAAD
ARTIKEL 3
De stichting kent een bestuur en een stichtingsraad (laatstgenoemde hierrna ook te noemen: de raad).

BESTUUR
ARTIKEL 4

  1. Bestuursleden worden door de stichtingsraad benoemd, al of niet uit de leden van die raad.
  2. Het bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden. Binnen deze marges wordt het aantal bestuursleden door de stichtingssraad vastgesteld.
  3. Om het jaar treden één of twee bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een nieuw benoemd bestuurslid wordt als laatste aan het rooster van aftreden toegevoegd. Een krachtens het in dit lid bepaalde aftredend bestuurslid is terstond herbenoembaar.
  4. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    -op basis van het rooster van aftreden;
    – door bedanken;
    – bij overlijden;
    – bij ondercuratelestelling;
    – bij surséance van betaling;
    – bij faillissement;
    – door ontslag door de rechtbank;
    – mits de stichtingsraad drie of meer leden telt, door ontslag door de stichtingsraad.

Een besluit tot ontslag door de stichtingsraad kan slechts worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle raadsleden, met uitzondering van degene wiens ontslag het betreft, aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Het bestuurslid wiens ontslag het betreft brengt, indien de stichtingsraad uit een even aantal leden bestaat, over het betreffende voorstel geen stem uit. Het betreffende bestuurslid heeft het recht zich in de betreffende raadsvergaadering te (doen) verdedigen.

5. Schorsing van een bestuurslid door de stichtingsraad is mogelijk op gelijke wijze als ontslag van een bestuurslid door de stichtingsraad, mits die raad drie of meer leden telt. De duur van de schorsing
wordt in het schorsingsbesluit vastgesteld. Bij gebreke van besluit omtrent de duur van de schorsing, geldt de schorsing voor een periode van één maand. Schorsing van een bestuurslid dat tevens              zitting heeft in de stichtingssraad uit hoofde van benoeming op grond van het bepaalde in artikel 6, lid 2, leidt niet tot schorsing van die persoon in zijn hoedanigheid van lid van de
stichtingsraad.
6. De voorzitter van het bestuur wordt in functie gekozen. Het bestuur kiest voorts uit zijn midden ten minste een secretaris en een penningmeester. Een combinatie van functies is mogelijk.
7. In geval het bestuur niet voltallig is, blijft het bevoegd.
8. De bestuursleden genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR
ARTIKEL 5

  1. Het bestuur heeft de dagelijkse leiding van de stichting en verricht verder al datgene wat niet in deze statuten aan de stichtingsraad is opgedragen en heeft alle bevoegdheden welke in deze statuten niet aan de stichtingsraad zijn toegekend. Zij bereidt de vergaderingen van de stichtingsraad voor. In spoedeisende gevallen is het bestuur bevoegd tot alle handelingen die tot bescherming van de belangen van de stichting noodzakelijk zijn of door de doelstelling van de stichting verlangd worden. Het bestuur legt de betreffende gevallen voor aan de stichtingsraad op de eerstvolgende vergadering van de raad.
  2. Het beleid en de plannen voor activiteiten van de stichting worden door het bestuur voorbereid en voorafgaand aan uitvoering voor bindend advies voorgelegd aan de stichtingsraad. Jaarlijks wordt, uiterlijk in september, een plan van activiteiten door het bestuur aan de raad voorgelegd.
  3. Uitsluitend de stichtingsraad is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een ander sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld aan de ander verbindt. De vertegenwoordiging van de stichting geschiedt, nadat het betreffende besluit door de stichtingsraad is genomen, ook ter zake van deze rechtshandelingen conform het bepaalde in artikel 10.
  4. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

STICHTINGSRAAD

ARTIKEL 6

  1. De stichtingsraad wordt gevormd door:
    a. alle bestuursleden;
    b. diegenen die daarin zijn benoemd overeenkomstig het in lid 2 bepaalde.
  2. Het bestuur draagt er te allen tijde zorg voor dat in de stichtingsraad kunnen worden benoemd:
    a. één persoon door iedere buurtvereniging binnen het werkgebied van de stichting;
    b. één persoon door de redactie van de dorpskrant(en);
    c. één persoon door het bedrijfsleven in het werkgebied van de stichting;
    d. voor elke activiteit waarvan de raad heeft besloten dat zij past binnnen de doelstelling van de stichting: één persoon door de initiatieffnemers van die activiteit. Uit hoofde van het onder 2.d genoemde kunnen echter maximaal vijf personen lid van de stichtingsraad zijn. Indien in verband hiermee een keuze moet worden gemaakt, beslist de stichtingsraad. De stichtingsraad stelt vast wie bevoegd is/zijn tot benoeming als hiervoor bedoeld indien daaromtrent naar het oordeel van de raad onduidelijkheid bestaat.
  3. De krachtens lid 2 benoemde persoon wordt geacht in de raad diegenen te vertegenwoordigen die de betreffende persoon heeft/hebben benoemt. Zij handelen in hun hoedanigheid van raadslid echter zonder last of ruggespraak.  Een benoemingsgerechtigde (rechts)persoon of groep van (rechts)personen kan niet iemand in de raad benoemen die reeds lid van de raad is, hetzij als bestuurslid, hetzij wegens benoeming door (een) ander(en).
  4. De in lid 2 onder d bedoelde personen hebben zitting in de raad voor de duur van de betreffende activiteit. Indien onduidelijkheid bestaat omtrent die duur, beslist de raad. Een in lid 2 bedoeld lid van de raad kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door diegene(n) die het benoemingsrecht van de betreffennde vertegenwoordiger hebben. Het lidmaatschap van de raad eindigt overigens:
    – door bedanken;
    – bij overlijden;
    – bij 0ndercuratele stelling;
    – bij surseance van betaling;
    – bij faillissement;
    – door ontslag door de rechtbank.
  5. Voorzitter en secretaris van het bestuur en hun eventueel aangewezen plaatsvervangers, vervullen eveneens de functie van voorzitter, respectievelijk secretaris, respectievelijk hun plaatsvervangers binnen de raad.
  6. In geval de raad niet voltallig is, blijft hij bevoegd.
  7. De raadsleden genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de eventueel door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

BEVOEGDHEDEN VAN DE STICHTINGSRAAD
ARTIKEL 7

  1. De stichtingsraad heeft tot taak: het geven van advies aan het bestuur in die gevallen waarin deze statuten dat voorschrijven, alsmede indien het bestuur daarom verrzoekt of de raad dat gewenst acht; het verrichten van datgene wat overigens door deze statuten aan de raad is opgedragen.
  2. Het bestuur voorziet de raad uit eigen beweging van alle informatie die het bestuur nodig of nuttig acht, alsmede van alle verdere informatie die de raad mocht wensen.
  3. De gang van zaken binnen de raad kan door de raad bij reglement nader geregeld worden. Vaststelling of wijziging van het reglement behoeft een meerderheid van drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen.

VERGADERINGEN
ARTIKEL 8

  1. Vergaderingen van het bestuur en de raad worden gehouden in de gemeente waarin de stichting volgens haar statuten is gevestigd, tenzij het bestuur, respectievelijk de raad, anders bepaalt.
  2. Vergaderingen van het bestuur en de raad worden gehouden zo vaak als de statuten dat nodig maken, en voorts zo vaak als het bestuur, respectievelijk de raad, vaststellen, alsmede indien de voorzitter of twee leden van het betreffende orgaan dat wenselijk acht/achten.
  3. De oproep tot de vergadering geschiedt door de secretaris, of, in geval om het bijeenroepen van een vergadering is verzocht en de secretaris aan dat verzoek geen gevolg geeft, zodanig dat die vergadering kan worden gehouden binnen twee weken (of, in spoedeisende gevallen, op de door de omstandigheden vereiste kortere termijn) na dat verzoek, door de voorzitter of de leden van het betreffende orgaan die om de verrgadering hebben verzocht.  De termijn van oproeping bedraagt, behoudens in spoedeisende gevalllen, ten minste vijf dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet mee gerekend.
  4. De oproeping geschiedt schriftelijk. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
  5. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde leden van het betreffennde orgaan aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschrifften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. Indien sprake is van vertegenwoordiging dient de daartoe verrstrekte volmacht de bevoegdheid tot het nemen van het betreffende beesluit mede te omvatten.
  6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het betreffende orgaan. Bij diens afwezigheid voorzien de aanwezigen zelf in de leiding van de vergadering, tenzij een vervanger in functie en ter vergadering aanwezig is, in welk geval die vervanger de vergadering leidt.
  7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorrzitter van de vergadering daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd.

BESLUITVORMING
ARTIKEL 9

  1. Het bestuur en de stichtingsraad kunnen ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid en een lid van de stichtingsraad kunnen zich ter vergadering door een ander bestuurslid, respectievelijk ander lid van de stichtingsraad laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een lid kan daarbij slechts voor één ander lid als gevolmachtigde optreden.
  2. Het bestuur en de stichtingsraad kunnen ook buiten vergadering besluiten nemen, mits schriftelijk, al dan niet per enig telecommunicatiemiddel, en met algemene stemmen. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de hiervoor bedoelde schriftelijke stukken door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
  3. Ieder bestuurslid, respectievelijk lid van de stichtingsraad, heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij een stemgerechtigde aanwezige voor de stemming een schriftelijke stemming verlangt.  Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  5. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  6. Een besluit ter vergadering kan ook bij acclamatie worden genomen.
  7. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
  8. Indien bij een stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid op zich verenigt, vindt een tweede vrije stemming plaats. Wordt ook dan niet de vereiste meerderheid verkregen, dan: beslist het lot indien werd gestemd tussen twee personen; wordt, indien werd gestemd tussen meer dan twee personen, herstemd tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich verenigden, dan wel degene die het groottste aantal stemmen verkreeg en degene die het daarna volgende grootste aantal stemmen verkreeg. Staken bij deze derde stemming de stemmen dan beslist het lot. Hebben bij de tweede (vrije) stemming meer dan twee personen het grootste of meer dan één het op één na grootste aantal stemmen verkregen, dan zal bij een tussenstemming worden beslist wie van hen voor de herstemming in aanmerking komt. Staken bij deze tusssenstemming de stemmen dan beslist het lot.
  9. Het in een vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van die vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel aan de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet mondeling of schriftelijk geschiedde, ten minste één beestuurslid dit verlangt. Door de nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  10. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter van de vergadering.

VERTEGENWOORDIGING
ARTIKEL 10

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
  3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN
ARTIKEL 11

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. Het bestuur van de stichting draagt er voor zorg dat van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit die werkzaamheden, op een zodanige wijze een administratie wordt gevoerd en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze worden bewaard, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
  3. De penningmeester maakt jaarlijks voor één april een balans en een staat van baten en lasten betreffende het afgelopen boekjaar en stelt deze op papier.
  4. Het bestuur kan besluiten dat de in het vorige lid bedoelde stukken door een door het bestuur aan te wijzen accountant worden gecontroleerd. Aan de accountant worden ten behoeve van diens onderzoek alle door die accountant gevraagde inlichtingen verschaft, op verzoek van de accountant de kas en de waarden getoond en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar gesteld.
  5. De secretaris maakt voor één april een jaarverslag over het afgelopen jaar.
  6. De in de leden 3 en 5 bedoelde jaarstukken worden, indien er een accountantscontrole plaatsvindt zoals bedoeld in lid 4, samen met de rapportage van de accountant, voorafgaande aan de vaststelling ter kennnisname en advisering voorgelegd aan de stichtingsraad.
  7. De in de leden 3 en 5 genoemde jaarstukken worden voor één juli, vollgend op de in die leden bedoelde datum, door het bestuur vastgesteld.
  8. De penningmeester maakt jaarlijks voor één november de begroting op voor het komende boekjaar. De begroting wordt voorafgaande aan de vaststelling ter kennisname en advisering voorgelegd aan de stichtingsraad. De begroting wordt voor ingang van het betreffende boekjaar door het bestuur vastgesteld.
  9. Het bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde bescheiden en andere gegevensdragers gedurende minimaal tien jaar te bewaren.

REGLEMENTE N

ARTIKEL 12

  1. Het bestuur is bevoegd één of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven behoudens voor zover het de gang van zaken binnen de stichtingsraad betreft.
  2. Bepalingen in een reglement mogen niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd een reglement te wijzigen of op te heffen.
  4. Voorafgaand aan vaststelling, wijziging of opheffing van een reglement, legt het bestuur het betreffende voornemen aan de stichtingsraad voor ter verkrijging van een bindend advies.

STATUTENWIJZI GING
ARTIKEL 13

Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de stemmen van alle bestuursleden. Op dat moment mag het aanntal in functie zijnde bestuursleden niet minder zijn dan het in artikel 4, lid 2, voorgeschreven minimum. Het besluit behoeft goedkeuring van de stichtingsraad. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Ieder bestuurslid is bevoegd de betreffende akte te doen verlijden.

ONTBINDING EN VEREFFENING
ARTlKEL 14

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 13 lid 1 van toepassing.
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
  3. Bij de ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het bestuur.
  4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  5. In stukken en aankondigingen die van de ontbonden stichting uitgaan, wordt aan de naam van de stichting toegevoegd: in liquidatie.
  6. Een overschot na vereffening wordt uitgekeerd zoals door de vereffenaars te bepalen, met dien verstande dat het moet worden aangewend voor een doel dat zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting.
  7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende tien jaren berusten onder de door de vereffenaars aan te wijzen persoon.

ONVOORZIENE GEVALLEN
ARTIKEL 15
In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist  het bestuur.

Slotverklaringen
Tot slot verklaarden de comparanten:
dat de eerste bestuursleden van de stichting zijn:
– de comparant Antons onder 1 genoemd, in de functie van voorzitter;
– de comparante Bosgraaf onder 2 genoemd, in de functie van secretaris;
– de comparante Buurma, in de functie van penningmeester;
– de comparanten Star en Hofman, beiden in de functie van gewoon bestuurslid.

De comparanten zijn mij, notaris, bekend.
Waarvan akte, in minuut, is verleden te Appingedam op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.
Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de comparanten ebben deze eenparig verklaard van de inhoud van deze akte te hebben ennisgenomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de omparanten en mij, notaris, ondertekend.