Holwierde


DE KERK VAN HOLWIERDE
Plan tot herstel van de oude monumentale inrichting

Tot 1945 had de kerk van Holwierde twee beeldbepalende elementen die elk verwezen naar een bepaalde tijd. Voor het koor stond het doksaal uit de katholieke middeleeuwen en tegen de zuidmuur van het schip de preekstoel uit de protestantse tijd. Bij de restauratie van 1945 tot 1951 werd de oude inrichting sterk veranderd en daarmee verloor de kerk veel van zijn monumentale karakter. Er is nu een plan ontwikkeld om dit te herstellen.

1 De inrichting tot 1945 (tekening 1)
Beeldbepalend voor het interieur van de kerk in Holwierde is het laatgotische houten doksaal dat het koor over de volle breedte afsluit. Het dateert waarschijnlijk uit het begin van de 16de eeuw. Boven de sluitwand met dubbele toegangsdeur naar het koor bevindt zich een galerij waarop in de katholieke tijd een orgel stond en plaats was voor het zangkoor. Het doksaal vormde de scheiding tussen het koor als ruimte voor de priesters en het schip voor de leken. Het doksaal is uniek, want nergens bleef verder in Nederland een houten exemplaar in een kerk bewaard.
Het tweede brandpunt in de oude inrichting was de statige 17de-eeuwse kansel. Hij stond tegen de zuidmuur bij de hoek van het dwarspand en was omgeven door een doophek. In het dwarsschip stonden verschillende herenbanken. Aan weerszijden van de centrale deuren naar het koor stond een tweedelige bank uit 1559. Links hiervan stond een bank met barok snijwerk. In het noorderdwarspand stonden twee banken met een overhuiving: één uit de 17de eeuw met gedraaide zuilen, en een uit de 19de eeuw. In het schip stonden twee rijen banken, deels 17de- en deels 18de-eeuws.

In Nederland is het houten doksaal uniek. Elders in Europa bleven alleen in Frankrijk enkele exemplaren bewaard. Links het doksaal Kerfons en rechts Le Faouët, beide in Bretagne.
herstel kerk 1
Situatie tot 1945 herstel kerk 2
herstel kerk 2 - kopie
2 De veranderingen bij de restauratie (tekening 2)
Bij de restauratie vond de architect dat de architectuur van de kerk zoveel mogelijk tot zijn recht moest komen. De inrichting kwam voor hem op de tweede plaats. De blikrichting moest naar het koor zijn en daarom werd het orgel van het doksaal gehaald en verrplaatst naar een nieuwe galerij aan de westzijde. Men moest het volle zicht op het koorgewelf krijgen. Ter versterking van de blik naar het oosten werd de preekstoel uit het schip en pal voor het doksaal geplaatst. Het doophek werd opgeruimd.
De nieuwe plaats van de preekstoel had tot gevolg dat de opstelling van de herenbanken grondig veranderd moest worden. De beide banken uit 1559 werden deels samengevoegd en in het noorderdwarspand geplaatst. Een deel ervan verdween. De bank met barok snijwerk kwam ook in het noorderdwarspand te staan. De overhuifde bank uit de 17e eeuw verschoof naar het zuiderdwarspand en die uit de 19e eeuw werd opgeruimd. Verder werden de twee rijen banken in het schip samengevoegd tot één blok omdat de architect graag vrij zicht op de muren wilde hebben.

Interieur N.H. kerk 1969
herstel kerk 3 - kopie
3 Plan voor het herstel van de oude inrichting (tekening 3)
Uitgangspunt voor het plan om de oude inrichting te herstellen is dat zowel het meubilair uit de katholieke middeleeuwen als dat uit de protestantse tijd tot zijn recht moet komen en dat de kerk goed bruikbaar moet zijn voor de protestantse eredienst.
Om het doksaal weer goed tot zijn recht te laten komen moet de preekstoel hier vandaan gehaald worden. Hij gaat terug naar zijn oude plaats aan de zuidmuur bij de hoek van het dwarspand. Omwille van de goede verhoudingen zal de preekstoel weer omgeven worden door een doophek. Hiervoor wordt een nieuw hek gemaakt in de oude vormen. Dit zal geen belemmering vormen voor het liturgisch gebruik van de kerk omdat er voor het hek een royale vrije ruimte wordt gecreëerd.
Het bankenblok in het schip wordt opgedeeld in twee rijen, die aan weerskanten tegen de muur komen te staan. Tegenover de preekstoel komen twee dwarsgeplaatste banken. Hierdoor ontstaat een breed middenpad dat aansluit bij de westelijke ingang en de ruimte een fraaie dieptewerking geeft. Het orgel blijft op de galerij aan de westzijde.
De beide herenbanken die sinds 1951 in het noorderdwarspand staan, zullen worden opgedeeld in tweemaal twee blokken. Van deze vier blokken komen er twee voor het doksaal te staan op de bestaande verhoging; aan weerskanten van de doorgang een blok. Zij komen aldus op de plaatsen waar voor de Reformatie zijaltaren stonden. De andere twee blijven in het noorderdwarspand, maar schuiven iets naar rechts. De herenbank die sinds 1951 in het zuiderdwarspand staat, gaat terug naar het noorderdwarspand, waar hij links van de andere twee blokken komt te staan.
Op deze wijze ontstaat een evenwichtige indeling van de ruimte, waarbij recht wordt gedaan aan het unieke doksaal, de statige preekstoel en de herenbanken. De kerk zal bovendien beter geschikt zijn voor het liturgisch gebruik. De predikant staat dichter bij de kerkgangers en er is een royale vrije ruimte. Deze is geschikt voor de opstelling van de avondmaalstafel en het doopvont, terwijl hier desgewenst ook een zangkoor kan staan.

herstel kerk 4