Holwierde


Uit “DE BIERUMER” van Vrijdag, 25 Mei 1945

Het was den 1 Oct. 1941, dat de “Bierumer” voor het laatst in onze gezinnen verscheen. Gesnoeid en gekortwiekt met slechts een minimum aan nieuws maar toch nog welkom bij de huisvrouw die er zorgvuldig de nieuwe bonnenlijst in bestudeerde. Sindsdien zijn er nog vele stormen over onze hoofd gegaan. De oorlog bereikte z’n hoogtepunt met alle ellende daaraan verbonden. De vijand hield ons in zijn ijzeren vuist gevangen en maakte ons het leven met den dag moeilijker. Onze jongens werden over de grens vervoerd om voor de vijand te werken, velen en waarlijk niet het slechte volksdeel, zuchtten in concentratiekamp of gevangenis, terwijl velen hun strijd voor de vrijheid met hun leven moesten betalen. Hen brengen wij het eeresaluut. Wij kunnen trotsch wezen op onze helden, die hun leven daarvoor over hadden. Volk van Nederland, wij mogen hen nooit vergeten. Het was een bange winter, de winter van ’44/’45, zooals onze geschiedenis z’n weerga niet kent. Toen onze hoop op bevrijding in Sept.’44 niet in vervulling ging, heeft de hongersnood in sommige provincies vele slachtoffers geëischt. Het land werd onder water gezet, zooveel als maar mogelijk was. Zelfs de Wieringermeerp0lder, een kunststuk van Hollandsch glorie, weer aan de golven prijs te geven, was een der laatste snoode daden van den vijand. De massagraven zijn stille getuigen van gruwelijke moord en doodslag. Toen de nood op ‘t hoogst kwam, was gelukkig redding nabij. God gaf uitkomst. Hoe hebben we allen meegeleefd, toen de Geallieerde opmarsch in Nederland begonnen was. Binnen enkele weken was ons land bevrijd, al heeft het ook benauwde dagen met zich meegebracht. Gelukkig dat door de capitulatie een groot deel van ons land voor oorlogsgeweld gespaard is gebleven. Helaas heeft onze gemeente de tol der vrijheid duur moeten betalen. Als voorpost voor Delfzijl hebben we het zwaar te verduren gehad. Bierum en vooral Holwierde zijn de dorpen die het meest geleden hebben. Vele woningen zijn onbewoonbaar, hetzij verbrand of totaal stukgeschoten, terwijl menig huis zwaar heeft geleden. Een 20-tal groote boerderijen gingen in vlammen op, waaronder mooie karakteristieke Groninger boerderijen zooals “Hoogwatum”, “Groote Nes”, “Oldenklooster”, de boerderijen van Elema, Zuidveld, Pesman, Lesterhuis, Ritsema, Bos en Veenkamp en de boerderij van Oudman te Heeksterhuizen en “Nijenklooster” en Romerswerf” te Krewerd. Het is een triest gezicht al deze ruïnes te aanschouwen, in deze voorheen zoo welvarende omgeving. De materiële zijde is echter niet het ergste verlies dat we hebben geleden. Dat valt te herstellen, maar wat niet te vergoeden is, dat zijn de ruim 20-tal menschenlevens, die deze oorlog in onze Gemeente gekost heeft. Ze vonden de dood, op een enkele na, in de laatste dagen voor de bevrijding. Veel zal er de eerste jaren te doen zijn om de welvaart te herstellen en de sporen van den oorlog uit te wissen. Indien echter ieder zijn plicht verstaat en z’n beste krachten inzet om de samenleving te herstellen, is er al veel gewonnen.
Laat niemand zeggen, wat geeft het of ik me daarvoor inspan, nu op ieder persoonlijk komt het aan. Ieder is een deel van het raderwerk van het groote mechanisme, dat onze maatschappij uitmaakt en dat weer op gang gebracht moet worden. Laten we samen eensgezind onze schouders onder het juk zetten en de opbouw beginnen van onze gemeente. Dat is een ieders plicht en taak. Dan komen we ook het verlies van have en goed te boven. Dat wij met de opbouw begonnen zijn, daarvan getuigt ook reeds het opnieuw verschijnen van “De Bierumer”. We roepen haar dan ook een hartelijk welkom toe, hopende dat ze spoedig weer in haar oude staat zal terugkeren, ons het nieuws in onze omgeving weer aan de ingezetenen bekend te maken en mag getuigen van Bierums doorzettings- en aanpassingsvermogen.

Spijk 23-05-1945    P. S. Wiersema, Burgemeester van Bierum