Holwierde


HOLWIERDE IS NOOIT MEER GEWORDEN WAT HET WAS
16e aflevering uit een serie oorlogsverhalen van het Dagblad v.h. Noorden met Holwierder Jan van Velsen.

Voor menig bewoner van Holwierde is het nog steeds een opgave om te vertellen wat er zich aan het eind van de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. De bevrijding van het plaatsje ging niet – zoals bij veel andere kleine dorpen – zonder slag of stoot. De bevrijding van Holwierde zou een van de bloedigste van Groningen worden, waarbij een groot aantal doden en gewonden vielen.
“Wij voelden het ook niet als bevrijding,” zegt Jan van Velsen (7-11-1925), die in de oorlog bij zijn familie op de boerderij aan de Nansumerweg in Holwierde woonde. “Net als de Duitsers waren ook de bewoners van Holwierde verslagen. Het leven in het dorp is dan ook nooit meer geworden zoals het voor de oorlog was.”
Na de slag om Groningen verwachtten de meeste Groningers dat de rest van de provincie een peulenschilletje zou worden. Dat pakte anders uit. Al voor de stad zou vallen spoedden vele Duitsers gedesillusioneerd en ongeordend met veelal gevorderde voertuigen zoals fietsen, paarden en wagens zich hals over kop richting Delfzijl. Want daarachter, wisten ze, lag de veilige Heimat.
Al snel hoorde van Velsen het verhaal dat op de boerderij Oosterfeldwerd in Holwierde een kolonne van vijftig Duitse militairen was gearriveerd. “Zij kozen de boerderij als standplaats en wachtten op verdere orders,” zegt van Velsen. “Ze waren in paniek omdat ze als ratten in de val zaten. Van de ene kant rukten de Canadezen op, van de andere kant naderden Poolse troepen.”
De 50 soldaten kregen te horen dat ze werden ondergebracht bij de batterij Nansum. Daar stonden drie kanonnen, mitrailleurs, zoeklicht en diverse geschutstorens. De commandant van de stelling Nansum was duidelijk in zijn opdracht aan de soldaten. ‘Bis zum letzten Mann Holwierde verteidigen.’
De bewoners van Holwierde hielden hun adem in. Van Velsen, die een jongen van 20 was, zat met zijn familie in de boerderij te wachten op wat er komen zou. “We hoorden op een gegeven moment een enorme ontploffing. Duitsers hadden de brug van Holwierde opgeblazen. Daarnaast werd de weg van Appingedam naar Holwierde bezaaid met mijnen. De eerste slachtoffers waren twee Duitse SS’ers. Die wisten niet dat er mijnen lagen en reden met een auto over de weg. Het tweetal was op slag dood.
De Canadezen waren inmiddels opgerukt tot Oldenklooster en Krewerd en hadden een kring rondom Holwierde en de batterij Nansum gevormd. “De batterij begon toen echt vuur te spuwen,” zegt van Velsen. “Urenlang hoorden we de kanonnen bulderen. Verschillende boerderijen zijn geraakt en in vlammen opgegaan.”
De werkelijke strijd was echter nog niet begonnen. Aanzet was de verrassingsaanval van de Canadezen op 23 april op de boerderij Oosterfeldwerd. Daar zaten een paar Duitse mitrailleursnesten. “Met de messen tussen de tanden slopen ze de boerderij binnen en sneden de kelen van de Duitse militairen door,” zegt van Velsen. “Vervolgens bezetten ze de gereformeerde school en het toenmalige Lange huis. Ze maakten echter een fout. Ze waren vergeten dat er vlakbij 20 Duitse soldaten lagen. Die merkten de actie op en begonnen te schieten. Geen enkele Duitse soldaat overleefde het gevecht. Bij de Canadezen viel er een man te betreuren.
Van Velsen is ervan overtuigd dat door deze fout Holwierde volledig is vernietigd. De Duitse wachtposten op de batterij Nansum waren door het schieten gewaarschuwd dat er iets loos was. Ze aarzelden dan ook niet en richtten de kanonnen op Holwierde en begonnen te schieten. Ondertussen vochten de Canadezen en Duitsers man tegen man in het dorp. Aan de zijde van de Duitsers waren er 60 doden te betreuren.
De meeste inwoners van Holwierde zochten hun toevlucht bij een bunker in de buurt, ze verscholen zich in kelders of waren naar elders vertrokken. Van Velsen en zijn vader bleven in de boerderij aan de Nansumerweg zitten. “We wilden de boerderij beschermen. Het was gevaarlijk, want we hadden een voltreffer op het dak kunnen krijgen.”
Dat van Velsen met zijn vader de boerderij kon bewaken was en klein wonder. De Duitsers hadden geruchten gehoord dat burgers aan de zijde van de geallieerden meevochten. “Woedend waren ze hierover. Ze besloten dan ook om alle manlijke inwoners van Holwierde en Nansum op te halen en gevangen te zetten in de kerk van Holwierde en een boerderij in Nansum.”
Van Velsen kroop zelf door het oog van de naald toen hij probeerde om de Canadezen te bereiken. “Ik liep over het weiland en plotseling stond ik oog in oog met een Duitse militair. Hij was zwaar gewapend en buiten zinnen door de hele toestand. Hij wilde me ter plekke neerschieten. Mijn geluk was dat een andere groep militairen hem tegenhield.”
Een eskader van vijf vliegtuigen, dat ‘s morgens om 10 uur op 28 april 1945 de batterij Nansum bestookte, luidde het einde van strijd in. Een kanon werd zwaar beschadigd. De andere twee werden niet geraakt en bleven Holwierde bestoken. De volgende dag konden de Canadezen de stelling veroveren. De Duitse militairen, die zagen dat verder verzet zinloos was, gaven zich over en braken hun geweer in tweeën. “Ik zag dat een 20-jarige Canadees een andere soldaat in de armen viel. Tranen biggelden over zijn wangen. Ik hoorde hem zeggen: The war is over now, now I’m going to merry.”
Toen alles rustig was gaf de vader van van Velsen zijn zoon opdracht om in het dorp brood op te halen. “We wisten niet hoe erg Holwierde er aan toe was. Ik schrok dan ook enorm toen ik zag dat er weinig meer over was. Het meest angstaanjagende vond ik dat alles zo stil was. Er was helemaal niemand meer. Er lagen alleen overal dode dieren, koeien, paarden en gevogelte.”
Voordat de bewoners van Holwierde hun dagelijks leven weer konden oppakken, moesten ze nog een klap verwerken. Ze waren bevrijd door het keurkorps van de Canadezen, maar dat werd afgelost door andere troepen. “Dat waren niet van die lieve jongens,” zegt van Velsen. ‘s Nachts hebben ze alles wat maar los en vast zat uit de woningen meegenomen. Beladen met sieraden en geld van de dorpelingen vertrokken ze weer. Het was de zoveelste klap.”
CCF02042011_00000 - kopieCCF02042011_00000CCF02042011_00001