Holwierde


Herinneringen aan april 1945 van een nog levende ex-gijzelaar in de kerk van Holwierde.
tekst: dhr. J.H. Slagter/ mei 2010

Op vrijdag 20 april 1945 was ik in de namiddag onderweg van mijn werk ( kantoor van de plaatselijke bureauhouder van de provinciale voedselcommissie, Klaas Bakker ) in Spijk naar mijn ouderlijk huis aan de Nansumerweg, toen ik vlak voor Holwierde werd aangehouden door een jonge Duitse militair van plm. 16 jaar oud. Hij moest mijn fiets hebben. Ik had nog een fiets met luchtbanden. Hij pikte mijn fiets in en gaf mij zijn oude gammele karretje. Mijn fiets is nog spoorloos.

Maandag 23 april kon ik niet naar mijn werk in Spijk en bleef dus thuis. Een dag later, ‘s avonds ging het mis.
Volgens het boek “Bierum in de Branding ” bladzijde 404 onderaan: “Soldaten gingen bij de schuilkelders langs, namen daarin ongeveer vijfentwintig mannen gevangen en brengen hen als gijzelaars naar de kerk “. De jongste van hen en de enige nog levende gijzelaar ben ik, Jan Herman Slagter, destijds wonende aan de Nansumerweg 9 (de woning waar nu Koos Slagter woont). Wij werden ‘s avonds uit de huizen gehaald, beginnende bij bakker Kugel op de hoek tegenover de pastorie en toen richting Nansum, waar mijn vader en ik de laatste mannen waren die mee moesten.

Op de hoek van de pastorie kregen wij een toespraak te horen van de N.S.B. burgemeester Klaas Brontsema, gehuld in een Duits uniform en aan de arm een moffenmeid.
In de kerk werd de nodige informatie nog eens herhaald door de Duitsers: wij waren geteld, niet vluchten (die werd dan met de dood bestraft). Er kon van alles gebeuren, wij waren ons leven niet veilig. Wij zaten in een aantal banken bij elkaar. Een soldaat met geweer in aanslag liep in het middenpad van de kerk heen en weer. Buiten klonken schoten voor en na. Meerdere ruiten raakten kapot. Geregeld liepen soldaten in en uit. Wij zaten in angst, in afwachting, wat stond ons te wachten? Er werd weinig gepraat, soms zat er iemand te bidden.

Op een gegeven moment werd er iemand van ons gemist. Wij schrokken en werden doodsbenauwd. Wat bleek: bakker Kugel lag een paar banken verder onder de bank op de vloer te slapen. Een zucht van verlichting. Gelukkig. Telkens wanneer de buitendeur openging en er Duitse soldaten in en uit liepen waren we bang. Wat waren zij van plan, liepen wij gevaar? Wij dachten allemaal aan thuis. Want de vrouwen hadden het natuurlijk ook moeilijk, grote zorgen en spanningen, hoe loopt dit af? Ik dacht aan mijn moeder en mijn jongere broer.

Na een lange donkere nacht brak eindelijk ‘s morgens het licht door. Er was contact met de Duitse soldaten in de kerk. Boer Hendrik van Dijken en mijn vader Geiko Slagter mochten naar huis om de koeien te melken. Even later was er geen soldaat meer te bekennen. Wij hebben toen de kerk verlaten en zijn ook naar huis gegaan. Buiten de kerk lag een soldaat, gewikkeld in kleden van het orgel. De thuiskomst werd een zeer gelukkige hereniging. Dezelfde dag ben ik van mijn ouderlijk huis vertrokken langs slootswallen en door landerijen met een witte vlag in de hand naar boer Derk Oosting aan de Damsterweg. Ik ben nog een paar keer beschoten, maar gelukkig heelhuids aangekomen. Ik sliep in een hooiberg. Wij wachtten de bevrijding rustig af.

Op zondag 29 april werd de weg op het kruispunt bij de pastorie opgeblazen. Enige dagen later zag ik vanuit Appingedam op de Damsterweg een Canadese soldaat lopen richting Holwierde met geweer in aanslag (het was een neger, een boom van een kerel). Daarachter, op enige afstand, een jeep met een paar soldaten. Diezelfde dag nog ben ik weer door de landerijen naar mijn ouders gegaan. De inwoners van Holwierde waren inmiddels gevlucht.

Voor zover ik nog weet, waren alleen boer Groenewold en zijn gezin en mijn ouders de enigen die waren overgebleven. Enige tijd later ging ik naar het dorp. Op de hoek bij de pastorie werd ik door een Canadese soldaat tegengehouden. Daar heb ik nog een morgen als “tolk “gefungeerd (met mijn Engels van de Mulo viel dat niet mee).Er mocht niemand passeren, alleen bij hoge uitzondering. Vanaf de Damsterweg kwam een boerenwagen met een zwangere vrouw bij ons aan. Er moest een dokter komen. De Canadezen verwezen hen door naar Uiteinde, daar zou een dokter zijn. In de loop van de middag ging ik naar huis. Langzamerhand kwamen de inwoners van Holwierde weer terug.

De wederopbouw kon beginnen. Wij van het kantoor van de plaatselijke bureauhouder hadden ook extra werk: het noteren van de oormerknummers van het dode vee.

Tot zover mijn “verhaal “.
Jan Herman Slagter, geboren 1 mei 1925.
Nu wonende te Buitenpost.