Holwierde


UIT DE DORPSKRANT “Aan weerszijden van de Heekt”, APRIL 2005
Tekst: Corrie Kool

Begin mei 1940.
Nederlandse soldaten in Holwierde. Ze werden gelegerd in de boerderij naast de tegenwoordige tennisbaan aan de Krewerderweg. Voor het huis no.18 werden loopgraven gegraven. Als kwajongen van elf jaar stond ik bij de soldaten te kijken. Na 10 mei werden de soldaten in bussen van de Holwierder autobusdienst onderneming naar de Afsluitdijk afgevoerd. De chauffeurs waren mensen uit Holwierde. Bij de Afsluitdijk werden ze hevig aangevallen door Duitse vliegtuigen. Hierbij vielen doden en gewonden. De morgen van de 10 e  mei werden we om 3 uur wakker door hevige explosies. De kranen in de haven van Delfzijl werden door de Nederlandse troepen opgeblazen. De oorlog met Duitsland was uitgebroken. Ook de vuurtoren van Delfzijl stond in brand.. Diezelfde morgen stond ik met nog meer mensen op de zwikstelling van de molen van de familie Norden. Daar zagen we steeds overtrekkende Duitse vliegtuigen en hoorden we hevige explosies. Nederlandse troepen bliezen verscheidene bruggen op. Dit was het begin van vijf duistere jaren.

Nu maak ik een sprongetje naar 1942.

De stelling, of batterie Nansum, werd gebouwd. Vier kanonnen en enkele mitrailleur- stellingen kwamen er op de dijk, verder bunkers en barakken voor de soldaten. Later werd ook nog een leistand gebouwd, hiermee kon men op grote afstand de vliegtuigen waarnemen en hun koers bepalen. Ook aan de Krewerderweg werden bunkers gebouwd. Voor bet huis aan de Krewerderweg 21 werd een kazemat =  een mitrailleursnest, gebouwd van beton met een aarden wal eromheen. Voor de boerderij aan de Krewerderweg 16 werd een personeelsbunker gebouwd, met veel prikkeldraadversperringen eromheen. Voor het huis op no 18 werd later een tankversperring gebouwd. Aan beide kanten van de weg werden zware palen in de grond geheid en daartussen werden zware palen gelegd en aangevuld met aarde, zodat de weg totaal was afgesloten. Toen de batterie op Nansum klaar was en de kanonnen geplaatst, moesten de Duitsers er mee oefenen. Dan moest je bv. van tien tot twaalf uur oppassen, want dan kwam er een Duits vliegtuig met een sleep van honderd meter erachteraan overvliegen. Daar hing een object achter dat ze moesten raken. Dat gebeurde dan boven ons dorp en de dorpen in de omgeving. Later verplaatsten ze deze oefeningen boven de Eems.

Stilletjes aan werd de ellende steeds groter. Dan denk ik aan de onderduikers, mensen die werden opgepakt en nooit weer terug kwamen, waaronder de familie Gans, een joodse familie die destijds woonden aan de Damsterweg no. 1.
De luchtaanvallen  van de geallieerden op Duitsland werden steeds heviger, ‘s avonds lag je net op bed, kwamen de Tommie’s weer over, soms met honderden tegelijk. Dan moest je weer uit bed, het luchtalarm ging af en hevig afweergeschut van Nansum en Delfzijl, zo zat je weer een paar uur in de kelder. Eén van de luchtaanvallen op de stad en haven van Emden (Duitsland, aan de overkant van de Eems), 6 september 1944 zal me altijd bij blijven. De vliegtuigen vlogen zo laag dat je de herkenningstekens kon zien. Er waren 180 bommenwerpers en grote groepen jachtvliegtuigen bij betrokken. Hierover is onlangs een boekje uitgekomen met de titel 6 september 1944, Emden geht unter. Voor mensen die zich hiervoor interesseren een must.

Zo gaan we langzamerhand naar april 1945.
We konden de kanonnen horen bulderen, er werd hevig gevochten om de stad Groningen. We kunnen de stad zien branden. ‘s Nachts een luguber gezicht, de vuurgloed en de zoeklichten tegen de bewolkte hemel. Vier dagen van hevige gevechten, vanaf 13 april. Op 16 april kwam de stad in Canadese handen. De Canadese troepen trokken op en zo werd op 17 april Ten Boer bevrijd en op 21 april Spijk. Al dagenlang kwam er hevig granaatvuur vanaf de batterie Nansum en ook vanaf Delfzijl richting Loppersum, Leermens en omstreken. Veel Duitse troepen kwamen over de Krewerderweg op de terugtocht van Groningen naar Delfzijl. Ze verplaatsten zich op alles wat maar rijden kon. Op een gegeven moment kwamen er Duitsers aangereden op een fiets. Ze waren bijna bij de eerste huizen aan de Krewerderweg, toen ze hevig werden beschoten vanaf de oostzijde van de Heekt door hun eigen soldaten. Klaas Brontsema, destijds burgemeester van de Gemeente Bierum en Stedum, woonde toen op de Krewerderweg 18. Hïj ging toen gekleed in het SS-uniform compleet met doodskop op de pet, naar deze soldaten toe en vertelde in krachttermen dat ze moesten ophouden met schieten, want ze schoten op hun eigen kameraden.

We waren met een groepje mensen nog in het dorp toen we plotseling een luide knal hoorden. Een schuur aan de Krewerderweg bleek door Canadees granaatvuur geraakt.Hier staan nu de loodsen van het U.M.C.G. Er werden in totaal vier schoten gelost, het vierde schot was raak want het zoeklicht werd geraakt. Wij dachten dat de Tommies zo goed konden schieten en dat er snel een eind aan de gevechten zou komen, maar dat zou helaas heel anders aflopen.

18 april 1945.
Er komen nog steeds Duitse troepen door het dorp op terugtocht. In smerige onverzorgde uniformen waarbij sommige waren gewond, met hun handen of hoofd in het verband. Het was zichtbaar dat hun verwondingen slecht verzorgd waren, het bloed kwam door het verband. Er kwamen Duitse soldaten op boerenwagens voorbij, sommige waren dronken en ze hadden vrouwelijk gezelschap, een leger op terugtocht, maar nog niet van plan zich over te geven. Laagvliegende jachtvliegers, meestal Amerikanen, schoten op alles.

Ook in Holwierde kwamen steeds meer Duitsers die nog wilden vechten, sommige waren erg fanatiek, ze joegen de burgers angst aan. Anderen waren minder fanatiek, blij dat het voorbij was, in onze ogen “goede Duitsers”. Zaterdag 21 april was ik nog in het dorp en met enkele andere mensen stond ik op de brug. We zagen dat de boerderij van Gerard Elema op Hoog Watum in brand stond. De Duitsers hadden de boerderij in brand gestoken en dhr. Elema aangeschoten en naast de mestvaalt neergegooid. (Zie het boek ‘Bierum in de Branding’). Zondag 22 april zagen we Canadese jeeps rijden bij Oldenklooster, er volgen die dag hevige beschietingen vanaf Nansum en Delfzijl en tegen de avond stond de boerderij van de familie Zuidveld in brand evenals de boerderijen van de familie Gorzeman en van dhr. Luit, beiden op Nijenklooster. Vanuit het achterhuis van ons huis zagen we branden in Appingedam, later wisten we dat het in de Harmoniestraat moet zijn geweest. We brachten steeds meer tijd in de kelder door. Twee Duitse soldaten die bang waren, kwamen met hun geweer en handgranaten bij ons in de kelder. Zij maakten ons duidelijk dat ze wilden overleven. Na een uur verdwenen ze weer in de duisternis. Toen het weer licht werd de volgende dag, heeft een Duitse Fallschirmjager zich ingegraven achter ons huis. Mijn vader deed een raam open en vroeg:”Waar zijn de Tommies?” Ze antwoordden: “Doe dat raam niet weer open, want ik schiet je zo een kogel door je kop, want ik kom van Bovensmilde en daar schoten de bewoners op ons”.

Het schieten wordt steeds heviger en we zaten dag en nacht in de kelder. De granaten vielen steeds dichter bij ons, de ramen vlogen stuk, we wisten niet meer welke dag het was, ook wist je niet hoe het met je buren was gesteld. Rondom ons huis werd hevig gevochten, naast ons kelderraam klonk hevig mitrailleurvuur. Ik was doodsbang en zat ver achter in de kelder.

Van 23 t/m 24 april.

Nog steeds werd er hevig geschoten, alles brandde in het dorp. We zaten met vijf mensen in de kelder. Mijn vader, mijn zieke moeder, onze grootmoeder en mijn broer en ik.

In de morgen van de 25 e april, ‘s morgens om negen was het wat rustiger. Bij onze buren op no 23 zat men met vier volwassenen en vier of vijf kinderen, waaronder een baby. Onze buurvrouw riep naar ons: “Wij proberen hier weg te komen”. Ze vraagt of wij mee gaan, maar waarheen en waarlangs?? Door Holwierde gaat niet, daar werd nog steeds geschoten. Naar Krewerd kon ook niet, want de brug over de Krewerdermaar was opgeblazen. Hier blijven kon ook niet want er was geen voedsel meer voor de kinderen. Toen werd besloten dat mijn buurman en ik, die het allerbangst in de kelder was, naar de familie Cock moesten, die woonden aan de Heekt. We moesten kijken of daar een boot lag, dan konden we daarmee door de Krewerdermaar naar Krewerd varen. Zo gezegd, zo gedaan. Het gekste was dat toen ik buiten kwam, ik helemaal niet bang meer was. Er lag gelukkig een boot maar voordat we ermee weg konden, moesten we hem eerst leeghozen. Ondertussen werd er weer hevig geschoten, maar wij kwamen goed aan bij de opgeblazen Krewerderbrug, de families waren er onderhand ook. Ik zette iedereen over en zo begon de mars in de Vrijheid. Er werd nog met granaten op ons geschoten. Gelukkig werd er niemand gewond. In Krewerd zagen we de eerste Canadese soldaten, zo schoon en netjes met zo’n mooie baret en witte koppelriem, heel wat anders dan de Duitse troepen die we de laatste dagen hebben zien langskomen. Eén van de dames die bij de buren ingekwartierd was, heeft de baby van de buren helemaal van Holwierde naar Godinze in haar armen gedragen. Zo kwamen we in Godlinze. Je wist niet wat je zag, allemaal Rood-Wit-Blauwe vlaggen en vrouwen die dansten met Canadese soldaten.

Eén groot feest, we waren BEVRIJD.

Na enige tijd kwamen we terug in Holwierde. Er was veel leed te verduren. Sommige families waren zwaar getroffen. Men had familieleden verloren, anderen waren dusdanig gewond dat ze daar hun verdere leven problemen mee hebben gehad. Er was ook veel materiële schade. maar dat werd later wel weer opgebouwd en hersteld, maar Holwierde werd nooit meer zoals voor 1940.

5 MEI

BEVRIJDINGSDAG

INSCRIPTIE

Voor het monument op de Grebbeberg

Vijf dagen – en de vrijheid ging verloren.

Vijf jaren – en eerst toen werd zij herboren:

Zo moeizaam triompheert gerechtigheid…

Aan dit besef zij deze grond gewijd.

C.Bloem.1887-1966