Holwierde


HET OPENBARE ONDERWIJS VAN CIRCA 1806 TOT 1909

Uit “Voorheen en Thans”, eerste druk 1909, heruitgave 1977.
Geschreven door D.H.Ferré Jacobs, redacteur van de “Appingedammer Courant en organist te Jukwerd.
Het boekje bevat “oudheidkundige plaatsbeschrijvingen op kerk- en schoolgebied van de dorpen in den ring Delfzijl”.

Over het onderwijs in Holwierde schrijft de auteur het volgende:

Van het onderwijs en de onderwijzers costers konden we hier uit den tijd voor 1806 weinig vernemen. De oude school stond ten zuiden van de kerk. De inrichting van ‘t gebouwtje was evenals te Krewerd zoo primitief mogelijk. Het schoolgeld bedroeg 5 cent per week; voor hen die ook schrijven leerden 7 1/2 cent. De onderwijzers waren gewoonlijk ook costers. Als kosters hadden ze de opbrengst van nogal wat land, maar dat bracht door de goedkope tijden zeer weinig op en waren ze in waarheid minimumlijders.
Toch staken sommigen, die er alles bij deden om ‘t inkomen iets te vermeerderen, ‘t hoofd soms te hoog op, en maakten ze zich (er waren er veel onder) door hun gedrag als anderszins gehaat. Vandaar dat in ‘t midden der 18e eeuw een boekje met gedichten bestond van N.N. met het onderschrift Nomen Nescio, waarin de schoolmeesters-costers in hun dwaze hoedanigheden werden gehekeld. En zoo hebben we dan ook van zulk een vroegeren coster te Holwierde ‘t volgende aan de vergetelheid ontrukt:

HOLWIERD’
De coster tot Holwierd’can al te schabdigh liegen,
En soekckt door valsche reên een ander te bedriegen;
Hij is nu al wat oudt en telt vrij menig jaar,
De bloemen van het graf bespeurt men aen sijn haar.
‘t Is schande, dat een man van sulcke oude dagen
Stelt in bedriegerij zijn uiterste behagen.
In kennis is hij slecht en even als de rest
Is hij de slimste niet, hij is oock geenszins best.

We zien ook uit dit oordeel weder, dat de vroegere schoolm.-costers niet veel begrip hadden voor het opleiden tot alle maatschappelijke en christelijke deugden. En – toch moest de toenmalige meester zich gedeeltelijk belasten met het godsdienstonderwijs.
In 1837 was te Holwierde schoolmeester Berent Reiner Moedt. Iets later was hij pel- en korenmolenaar. In zijne plaats werd benoemd Berent Jasperts Zuidhof, die in 1841 overleed. Waarschijnlijk, zoo informeerde men ons, is Zuidhof custos bij Moedt geweest. In de plaats van Zuidhof werd in 1842 als schoolonderwijzer benoemd Hindrik Johannes van Belkum, die deze betrekking den 19 september 1842 heeft aanvaard. Het blijkt, dat de benoeming toen ter tijd door collatoren is geschied. van Belkum overleed op 25 december 1870. Een groot aantal onderwijzers hebben aan dezen bekwamen en ijverigen man hunne opleiding te danken.
Na den heer van Belkum werd benoemd de heer P.Kuipers, hoofdonderwijzer te Krewerd, met ingang van 1871, op een jaarwedde van f 400. De jaarwedden der onderwijzers werden bij Raadsbesluit van 1858 geregeld. Voor Holwierde werd het bedrag bepaald op f 385,23. Uitdrukkelijk werd hierbij voorbehouden de rechten die de burgerlijke gemeente bij voortduring ten behoeve van het openbaar onderwijs mocht blijken te hebben op de kosterij inkomsten en op de woningen van de onderwijzers, die de kerkelijke bedieningen tevens waarnamen. Hieruit blijkt, dat het schoolmeesterschap toen ter tijde nauw verband hield met de Kerkelijke betrekkingen. Na de invoering der wet van 1857 is die toestand anders geworden. Vandaar dan ook dat pl.m. 1860 door het Gemeentebestuur met de verschillende kerkbesturen, een overeenkomst is getroffen, waarbij de laatsten de Kosterijen gratis aan de gemeente afstonden, zoolang beide betrekkingen gecombineerd door de titularissen werden waargenomen.
De heer Kuipers is nog in functie. Hij zette den goeden arbeid van den heer Van Belkum voort, door vele kweekelingen op te leiden voor ‘t onderwijzersvak en werd later directeur der Rijks-Normaalschool te Appingedam.
We mogen over het openbaar onderwijs voor Holwierde de beste verwachtingen koesteren, als ook voor de Hervormde Kerk. De school heeft 3 lokalen en het aantal leerlingen is talrijk genoeg, dat 1 onderwijzer en 1 onderwijzeres noodig zijn. Het aantal leden der Hervormde Gemeente bedraagt pl.m. 550 zielen. Mocht Ds. Hannema ook verder voor zijn gemeente tot een rijken zegen zijn!

De bevolking te Holwierde bedraagt ongeveer 750 zielen. Het dorp mag waarlijk roemen op een bloeiende zuivelfabriek; ook de steenfabriek, zegt men, doet goede zaken.
En – ‘t is geen mosterd na den maaltijd, als we hier nog bijvoegen, dat in het dorp een mosterdmaalderij is, die veel aftrek heeft, wat niet overal het geval is.

Scannen0001