Holwierde


“Uit het duistere verleden”
Serie artikelen geschreven door wijlen dhr. H. Stoppels te Nansum en oorspronkelijk geplaatst in de dorpskrant “Aan weerszijden van De Heekt’ tussen februari 1981 en maart 1985.

Uiteinde
Uiteinde, een naam die voor zichzelf spreekt.
Daar was misschien eens voor de Holwierders het einde van de toen bewoonde wereld, maar dat deze streek lang bewoond geweest is, blijkt wel uit het aantal kleine terpjes die zich hier nog bevinden in dit gebied. Als men vanuit Holwierde halverwege het rechte stuk van de Uiteinderweg is, bevond zich links van de weg op ± 100 meter tussen de weg en de Heekt, al een kleine wierde, deze is thans geheel verdwenen. Bijna aan het eind van het rechte gedeelte van de weg was links ook een kleine wierde, deze is ook na de tweede wereldoorlog afgegraven. Om de bocht en ook aan de linkerkant van de weg bevinden zich nog 3 kleine huisterpen, terp of wierdevorming noemt men dit, want uit verschillende afgravingen van wierden is gebleken dat door samensmelting van meer dan één wierde, soms de grotere wierden zijn ontstaan. De laatste omgrachte wierde van bovengenoemde 3 is lang behuisd geweest en hier stond eens de boerderij van de familie Berghuis. De boerderij is met de bevrijding van Holwierde in april 1945 door brand verwoest. Deze werd toen bewoond door C.P.Wiersema, zijn moeder was een Berghuis. Ook de later gebouwde landbouwschuur is inmiddels weer door brand verwoest.
De terpjes liggen eigenlijk op de lijn van een zeer vruchtbare streek bouwland, die zich uitstrekt vanaf Klein-Wierum tot naar Bierum. Als men dan vanaf Bierum de weg naar Spijk volgt en dan de oude dijk naar Godlinze bekijkt, dan ziet men Spijk hier op een geweldige piek in het vroegere landschap liggen. Aan deze piek ontleent dit dorp zijn naam.

Even afgedwaald dus. Maar nu weer terug naar Uiteinde en wel naar halverwege het rechte stuk weg vanuit Holwierde. Hier ligt nog een laan het land in. Dit was vroeger de weg naar Eisingeheem, de boerderij dus waar nu de familie Battjes woont. Van de oude geschiedenis van dit huis is niet veel bekend, wel wordt in 1412 een Kaminghehues en heem te Holwierde vermeld en ook weten we dat in 1492 de Van Ewsums een steenhuis te Holwierde bezaten, maar of deze huizen iets met Eisingeheem te maken hebben is niet bekend. Verder is in de kerk een bank met het jaartal 1559 en wapens die overeenkomen met die op een grafsteen te Baflo uit het jaar 1547 van Sijger Eisens. Eisingeheem zelf wordt pas in 1654 genoemd. Eigenaar is dan geweest Onno Valke. De Valke’s komen al eerder in Holwierde voor, in 1593 en in 1595 is er een kwestie over een kemenade die hoort bij de heerd die Udo Valke gekocht heeft van wijlen Baltsar Euwkema. Enkele jaren later, in 1599 is er een geschil over een graf te Holwierde.
Udo Valke krijgt dan toestemming er zijn vrouw te begraven. Udo Valke komt ook voor onder de landdagcomparanten van Holwierde in 1607 en later van 1626-1632. Zijn zoon Onno voerde in 1636 een proces tegen Iwo Auwema, als voormond (voogd) voor een kleindochter van Udo, over een hofstede te Holwierde, die Udo Valke had nagelaten. Blijkbaar is hij in het bezit gekomen van deze hofstede waarmee Eisingeheem bedoeld zal zijn, immers in 1654 wordt bij keerskoop (openbare verkoping)verkocht, wijlen Jonker Onno Valke’s borg Eisingeheem genaamd, met het preekgestoelte in de kerk en bijbehorende graven, schuur, poort, brug, hovinge, gracht, singel, plantage met zes vennen ronddom het huis enz. Koper werd Alje Bojens te Winsum. Deze is blijkbaar in Holwierde gaan wonen. Hij was als vertegenwoordiger voor Holwierde op de landdag van 1655-1665.
De enige keer dat van een borg Eisingeheem melding wordt gemaakt is bij de verkoping in 1654, hierna zal de borg wel weer, net als voordat  het tot borg werd verheven, gewoon als boerderij bewoond geweest zijn. Met de bevrijding van Holwierde in april 1945 is ook deze boerderij in vlammen opgegaan. Het werd toen bewoond door de familie Veenkamp, die het in 1951 weer liet herbouwen. Ook is toen de omgrachting aan de noordzijde gedempt. De oude weg door het land was toen allang als weg naar Holwierde vervallen, want in de laatste jaren van 1800 is de Uiteinderweg verhard, dit ook mede door de bouw van de vuurtoren bij de zeedijk. De bewoners van Eisingeheem hebben voor hun hoeve een vaste weg in noordelijke richting aangelegd, deze is er nu nog. Ook de bewoners van de boerderij Garbindeweer, (thans de famïlie Veenkamp, toen de familie Elema) hebben een verharde weg naar de Uiteinderweg aangelegd. Eerder had deze hoeve een uitrit naar Bierum, ook kon men deze hoeve bereiken via de Heekt, het stuk water of sloot naar hun boerderij word nog altijd schipsloot genoemd.

Op de boerderij waar sinds 1891 de familie Lesterhuis woont, woonde toen een zekere heer Hofman. Deze zat in het Provinciaal bestuur, hij was hier ook een tijd Gedeputeerde van. Op de boerderij woonde toen een bedrijfsleider, een zekere Vechter. De Heer zelf woonde op een toentertijd al wat op een villa uitziend buitenhuis, wat dichter bij Holwierde, waar nu de familie Brilhuis woont. Na de dood van de heer Hofman is alles verkocht, ook de villa en al gauw zijn de 2 voorste kamers ervoor weggebroken en zo kan men nog altijd zien, dat in de voorgevel een deur zat zonder een stoep ervoor. Deze werd dus niet gebruikt. Lang is de woning nog als veehoudersbehuizing gebruikt, maar het geheel is thans verdwenen en bovengenoemde familie heeft er een fraaie woning op laten bouwen.

P.S. De vuurtoren is ook met de bevrijding verwoest met de bijstaande commiesenwoning. Deze werd al lang niet meer voor dat doel gebruikt. Voor de Eerste Wereldoorlog wel, toen moesten de commiesen om de smokkelaars denken. Smokkelen werd hier toen ijverig langs de dijk bedreven. Deze woning is met de dijkverzwaring zo rond 1970 afgebroken. De laatste bewoner was dhr. W. Oosterhuis. Hij werkte bijna zijn hele leven bij de familie Lesterhuis.

H.S.