Holwierde


“Uit het duistere verleden”
Serie artikelen geschreven door wijlen dhr. H. Stoppels te Nansum en oorspronkelijk geplaatst in de dorpskrant “Aan weerszijden van De Heekt’ tussen februari 1981 en maart 1985.

Nansum
Een wierde waar men, als je met de auto op de Hogelandsterweg rijdt,  zo maar aan voorbij gaat. Werpt men wel een blik óf naar links óf naar rechts, dan ziet men enkel maar een paar huizen. Degene die zich wel even de tijd gunt om een kijkje te gaan nemen binnen de intieme sfeer van de rond de wierde staande bomen, ontdekt al gauw dat er toch nog meer huizen staan dan men denkt. Oudere huizen van voor de 2e wereldoorlog, maar ook nieuwe, nog maar enkele jaren oud. In totaal 13 huizen en twee boerderijen waarvan één boerderij nog volledig in bedrijf is en de andere alleen nog maar een woonfunctie heeft. Waar eens de heren van het geslacht Toe Nansum woonden staat nu weer een fraai landhuis, bewoond door de familie Stom, gebouwd op de plaats waar ook vroeger hun huis of burcht stond. Bij het bouwen van dit huis kon men duidelijk zien hoe dik de oude muren en hun rondingen geweest waren. Uit de kronieken van Wittewierum bleek dat er reeds in 1208 een Eggardus de Nothensen woonde en in 1267 een Rippertus de Nothensen. Algemeen denkt men dat deze mensen een tak waren van het geslacht Ripperda.
In 1452 wordt een Ripperdaheert toe Nansum in de Holwierder redschap genoemd. Zo’n man trad ook op als rechter en zijn heerd of boerderij werd dan vaak in een burcht veranderd. Hij moest ± 15 ha. binnendijks land bezitten, dat een waarde van f. 1000,–had.
Heel oude mensen heb ik nog wel eens horen vertellen dat er nog lang een dikke paal heeft gestaan op het grasveldje, even ten noorden van de wierde (daar waar de weg zich splitst, links naar de boerderij Olden-Bosch, rechtdoor naar de dijk). Of hier ook recht werd gesproken weet ik niet, maar iemand die wat uitgespookt had en veroordeeld werd tot een lijfstraf, werd hier aan vastgebonden om daarna te worden afgetuigd.
De heerd zelf weet ik niet zeker te localiseren, maar vast staat dat ten westen van de burcht over de gracht, waar lang twee boerderijen hebben gestaan (nu nog alleen de boerderij van de familie Papeleur en op de andere plaats de behuizing van de familie Birza, die deze na afbraak van de oude boerderij hier in 1973 heeft gebouwd) fundamenten in de grond zijn gevonden, die er op wijzen dat hier vroeger een grote boerderij heeft gestaan, welke toebehoorde aan de Toe Nansumers.

In de 16e -17e eeuw vindt men het geslacht Toe Nansum in de Stad en Ommelanden.
Enige leden ervan kunnen te Holwierde worden gelokaliseerd. Dat zijn Tjade Toe Nansum, kerkvoogd te Holwierde, in 1502 Wilco of Wiltie Toe Nansum die in 1607 voor Holwierde op de landdag compareerde en zijn zoon Coppen die in 1616, 1618, 1622 en 1645 op de landdag verscheen. De naam van Coppen kwam ook voor op een niet meer aanwezige klok te Holwierde van 1620. Hij was toen kerkvoogd. Op een grafsteen in de kerk van Holwierde komt ook nog de naam voor van een zekere Eppo Toe Nansum. Het huis te Nansum wordt vermeld in 1580 bij het beleg van Delfzijl. Er lag toen een schans in de nabijheid, in 1588 is er sprake van een Toe Nansumheerd te Holwierde. Omstreeks 1600 woonde Wiltie Toe Nansum, getrouwd met Hille Lewe, op het huis en later hun zoon Coppen. Nadien werd het bewoond door huurders die ook gebruik maakten van de Toe Nansumbank in de kerk van Holwierde.
In 1662 is het huis met de kerkbank eigendom van jonker Borgert van Answede, convooimeester te Delfzijl. Daarna is er niets meer over bekend en langzamerhand is het huis tot een bouwval geworden. Uit de boerderijen die er nadien gebouwd zijn, zullen wel menig kloosterstenen van het huis naar een andere plaats zijn verhuisd. In 1845 moet er ter plaatse van de oude borg nog 450 kub kloosterstenen zijn uitgegraven en tot 1860 was de borgstede nog niet weer behuisd.
Het land dat bij de boerderij van de Toe Nansumers behoord heeft, zal waarschijnlijk rond Nansum gelegen hebben en ook vaak van oppervlakte gewisseld zijn, dit door vererving etc., maar vast staat dat, als men in de richting van Marsum gaat, het land tussen de Marsumerweg en Uitwierde nu nog Rippert genoemd wordt, dus naar de Ripperda’s.
Dit heeft niets te maken met de naam van de straat De Rippert te Holwierde, dit was afgeleid van een mager stuk bouwland dat behoord heeft aan een boerderij aan de Uiteinderweg 1e links vanuit Holwierde en die door de bewoners van toen de naam kreeg van magere Rippert (dit vanwege de weinige opbrengsten van dit stuk land).

H.S.