Holwierde


“Uit het duistere verleden”
Serie artikelen geschreven door wijlen dhr. H. Stoppels te Nansum en oorspronkelijk geplaatst in de dorpskrant “Aan weerszijden van De Heekt’ tussen februari 1981 en maart 1985.

Deze keer wil ik u iets over Katmis vertellen.
Als men over de oude weg vanaf Krewerd, Katmis opkomt, ziet men rechts van de weg aan de Heekt nog 1 woning staan, waar nu de fam. van Baalen woont. Hier stond in het begin van deze eeuw nog een steenfabriek. In deze fabriek werden bakstenen en drainagebuizen gefabriceerd door steenfabrikant Hijlkema, maar rond 1922 is alles opgeheven en zijn de Hijlkema’s naar Delfzijl vertrokken, waar ze nu nog steeds een steenfabriek hebben. Op de plaats waar eens de villa van de steenfabrikant stond staan nu vier woningen voor vijf gezinnen. Dan even verder naar rechts, waar nu een dubbele behuizing staat, stond eens het zogenaamde  Armhuis of Gasthuis van de Ned. Herv. diaconie. Vier woningen bevonden zich hierin en het was niet zo best als men hierin terecht kwam. Het is in de dertiger jaren afgebroken.
Hier tegenover, dus links, voert een smal weggetje ons naar de boerderij van de fam. Verdonk. Deze boerderij is in 1890 gebouwd door de fam. A. Bos. Bos liet de oude boerderij, die ongeveer 100 meter noordelijker op de wierde stond, afbreken toen men in de vorige eeuw op vrij grote schaal wierden ging afgraven. In die tijd was er nog geen kunstmest en men had ontdekt dat de wierdegrond vruchtbaar was en uitstekend gebruikt kon worden voor verbetering van de schrale veengronden. Eigenaren van wierden verkochten de bovengrond meestal aan handelaren, zogenaamde terpbazen, die het afgraven weer lieten aannemen door stevige en potige kerels die het in de kruiwagens over planken in de schepen brachten of als men te ver van het vaarwater af lag, dan spitte men de wierdegrond in bakken die op een smalspoor stonden en zo kwam het dan in de schepen terecht. Op deze wijze is ook de wierde van Katmis voor altijd verminkt. Men groef de aarde soms zo diep weg dat men op sommige plaatsen wel een meter beneden het maaiveld kwam. Maar bij alle ongelukken toch nog één geluk. Doordat men te diep groef kon er later gemakkelijk een ijsbaan aangelegd worden.
We gaan nu weer terug naar de Krewerderweg. Omstreeks 1900 stond schuin tegenover het vroegere gasthuis de bakkerij van de fam. Bronsema. De Bronsema’s waren naast broodbakker ook boer. Hun land lag aan de weg naar Krewerd. Dan stond er aan dezelfde kant van de weg nog een oud boerderijtje. Hier boerde vroeger Klaas Doornbos. Hij was niet alleen boer maar ook voerman. Te Nansum, aan het begin van de Marsumerweg, lag ook land van hem en zo kon ‘t gebeuren dat vader en zoon Emo op 15 oktober 1886 vroeg op stap gingen, misschien met meerdere Holwierders, om de jaarmarkt te Appingedam te bezoeken. Emo zou over Nansum lopen om daar even het vee te controleren. Hij kon zich dan via Marsum weer bij de anderen voegen, maar de jongen, toen 17 jaar oud, is nooit in Appingedam aangekomen. “s Middags werd hij dood aangetroffen in een sloot. Hoe het kon gebeuren, daar is men nooit achter gekomen.
Zo is er van bijna ieder huis wel iets te vertellen, maar dan kom ik nooit klaar met mijn verhaal over Katmis.
Je kunt niet voorbij de driesprong gaan zonder even bij de oude steen te hebben stil gestaan. Deze heeft hier al vele jaren gelegen, altijd op de hoek als men de Krewerderweg op ging en de legende hierover wil ik u niet onthouden.
De oude wierdebewoners waren net als alle volksstammen zeer bijgelovig en bij tijd en wijle werd op deze steen (toen misschien wel het middelpunt van de wierde) geofferd aan de afgoden. Maar toen Liudger hier in ± 785 kwam en het evangelie van Jezus Christus bracht, gingen de mensen aan de steen voorbij en de afgoden werden niet meer gediend wat tot gevolg had dat er niet meer geofferd werd. Op een nacht is de duivel zelf komen kijken en toen hij zag dat hij niet meer gediend werd, stampte hij van woede zo stijf met één van zijn poten op de steen dat zijn afdruk er in is blijven staan en met een beetje fantasie is misschien de naam Katmis wel ontstaan. ‘s Morgens zagen de mensen dit en ze hebben toen de steen omgekeerd want ze wilden niets meer met de duivel te maken hebben. Vele eeuwen heeft de steen er zo gelegen, maar jaren terug heeft men hem weer omgekeerd zodat de oude afdruk nu weer boven ligt.
Rond de steen op de driesprong is het altijd een drukte van veel neringdoende mensen geweest. Rond de eeuwwisseling stonden hier o.a. de wagenmakerij van de fam. Mulder (koepers), de molen van Groenewold (molenaar en boer), lapkekoopman Hagenou en hier tegenover het café- doorrit, annex kruidenierswinkel van de dames Nienhuis. De doorrit was voor reizigers die met een rijtuig of koets reisden en hier een ogenblik kwamen verpozen. De paarden konden even op stal. Men kwam de ene deur in en ging de andere deur weer uit. Deze doorrit werd later door de Provincie afgebroken in verband met de verbreding van de weg. Wat verder van de weg af werd de thans nog bestaande woning van dhr. Wichers (voorheen kapper Hollander)gebouwd. Hiernaast de smederij van Gorter (toen Oosterwijk). Waar nu de fietsenzaak is, woonde destijds Adriaan de Jonge (turfschipper). Bij zijn huis had hij een grote schuur waarin de voorraad turf lag opgestapeld. Daarnaast de schoenmakerij van B. Westerdijk (ook veehouder). Vervolgens het café- doorrit van de Boer. Hij was ook veehouder/landbouwer. Hier was ook het begin van de melkfabriek. Daarnaast de woning van zaakwaarnemer J. Dallinga.
In café De Driesprong woonde toen de fam. de Jonge (tevens winkelier en boer). Hun land lag aan de Damsterweg. Direct na de ingang van het Stenen pad, in de lengte bij de haven langs, de woning van Evert Toxopeus. Hij was van beroep Daamvoarder (Appie stond er toen nog niet voor). Deze Evert Toxopeus onderhield met een klein vaartuig een boderit op Appingedam. Ieder die wat te bezorgen had bracht het bij hem. Een paar keer per week voer hij dan met zijn scheepje vroeg uit. Onderweg deed hij nog wat boerderijen aan. De boeren gaven hem allerlei dingen mee, zoals eieren, boter, etc., die hij voor hen bezorgen of verkopen moest. De boerenhoeven die hij aandeed hadden allen een zogenaamde schipsloot. Hier kon hij met zijn scheepje in en uit varen. Via een pad bij De Heekt langs, kwam hij al trekkend of zeilend in Appingedam aan. Nadat hij hier in- en uitgeladen had, ging hij weer dezelfde weg terug om de bestellingen die hij van de boer of boerin had meegekregen bij de boerderijen af te geven. In Holwierde had hij bij zijn huis een kleine steiger waar de rest van de lading werd uitgeladen. De volgende dag bezorgde hij dan de bestellingen bij de middenstanders. Een boer die niet aan de vaarweg woonde kwam zelf de bestelling halen. Later heeft zijn zoon de boderit nog lang gedaan met paard en wagen, maar ook dit beroep behoort tot het verleden.
We gaan even terug naar de Hoofdweg. Naast Hagenou woonde kleermaker Kamphuis. Daarnaast de broodbakkerij van Kool (later v.d. Ploeg). Zij waren niet alleen bakker, maar ook boer. Hun land lag aan de Krewerderweg. Vervolgens de woning van commissionair Tabak; hij verkocht het graan voor de boeren te Groningen. Ik weet van een oude vrouw, die als jong meisje dienstbode bij hem was, dat als hij thuiskwam uit Groningen, hij meestal een zak met geldstukken bij zich had. Hij zei wel eens tegen haar dat als zij de zak kon tillen, zij het geld mocht houden, maar zij kreeg de zak niet van de grond. Zo ging het in die tijd met handel, geld bij de waar. Een paar huizen verder de kruidenierszaak annex café van Tuinier, later de welvarende kruidenierszaak van Scheper en Bosscher. Hiernaast nog wagenmaker van Ankum, later de winkel van Andries Brouwer. Brouwer was ook koppelbaas. Hij kwam uit de Friese woudstreken en in het jaar 1901 kwam hij hier met zijn gezin wonen. In die dagen kwamen hier veel Friezen bij de boeren werken; bieten enen, vlas trekken en andere oogstwerkzaamheden verrichten. Brouwer zorgde in het voorjaar, als zijn vrienden uit het heiteland overkwamen, dat ze werk en onderdak hadden. Later is dit pand afgebroken en op die plaats is de nu nog bestaande autogarage gebouwd, eerst van de autobusonderneming S en M, maar door de toespeling op deze naam, werd het al gauw de H.A.D.O. garage. In deze garage was ook de Boerenleenbank gevestigd. Achter deze huizen was een voetpad, dat vanaf Klooster Feldwerd naar de boerderij van destijds A. Bos liep. Dit pad noemde men wel de Blauwe of Zwarte Gang.
Aan de andere kant van de weg, de mosterdmakerij van van Dijken, kleermaker Schepel, de slagerij van de Merema’s en dan nog schilder Westers, die ook kassier was van de Boerenleenbank.
De christelijke school is van het jaar 1902. Aan de noordzijde van de school stond het befaamde “laange huis”, door de Gemeente gebouwd in het jaar ??? (Weet iemand van de lezers het misschien). Dit was een L-vormig gebouw, gebouwd voor de allerarmsten uit de gemeente Bierum. Alle woningen hadden slechts 1 kamer + 1 achterhuis. In de kamer bevonden zich 2 bedsteden en op de hoek van iedere ingang stond een regenton waar het regenwater in bewaard kon worden. Als het niet regende kon men het water uit de sloot voor bij de weg halen. Deze sloot heet nog altijd drinkensloot. De gemeente had hier, net als nu nog, tuinbouwakkers, voor iedere bewoner 1 akker. Op de hoek van het L-vormige gebouw woonden eens veldwachter Starke en H. Meeter.
In de veldwachterswoning zaten rechthoekige raamkozijnen. In de woningen voor de armen alleen boogramen. Aan de oostzijde, aan het eind van de akkers was nog een begraafplaatsje. Hier stond lang een houten gebouwtje op. De allerarmsten en zeelieden die wel eens aanspoelden bij de dijk werden hier aan de aarde toevertrouwd. Als enig monument staat hier alleen nog een doornstruik op.

H.S.