Holwierde


“Uit het duistere verleden”

Serie artikelen geschreven door wijlen dhr. H. Stoppels te Nansum en oorspronkelijk geplaatst in de dorpskrant “Aan weerszijden van De Heekt’ tussen februari 1981 en maart 1985.

Bansum
Bantsum of Bansum, wel of niet met een “t” in het midden, één van de wierden waarop en rondom ons dorp is gebouwd, maar deze wierde is wel de hoogste van de drie in ons dorp, 3.29 meter boven NAP. Hieruit blijkt dat deze wierde in vroegere tijden en vooral voordat onze zeekusten bedijkt waren, altijd goed bewoond is geweest en, zoals bij vele wierden, ook hier een natuurlijk vaarwatertje. Aan de oostzijde stroomt immers nog altijd de Vliet. Dit miniriviertje komt uit de richting van Marsum en stroomde langs Bansum naar de zee, maar ze zal voor de bewoners van Bansum ook eens als vaarwater gebruikt zijn.

Maar zo rond de eeuwwisseling van 1900 was de bewoning op de wierde heel dunnetjes gezaaid als men uit de richting van Nansum kwam. Twee kleine huisjes aan weerszijden van de weg voordat men de wierde opging.
Dan aan de rechterzijde van de weg een boerenbehuizing. Deze stond met de voorgevel zo dicht bij de weg dat men van de weg af zo de voordeur in kon, en als stoep fungeerde een geweldige platte steen, wie weet was dit ook ooit eens een offersteen geweest.
Toen het huis werd afgebroken en iets verder van de weg weer werd opgebouwd, bleef de steen liggen en later groeide hier een weelderige heg overheen, maar bij de aanleg van de trottoirs werd de heg gekapt en de steen verhuisde om bij één van de werklieden van toen, te prijken als siersteen in zijn tuin.

Terug naar de boerenbehuizing, hierin woonde anno 1866 Klaas Klaasen Bruin, landgebruiker te Holwierde, later woonde er een Emmelkamp, deze had een zoon die al aan vliegerij deed; hij vloog met een linnenrek vanaf de mesthoop, of hij ver gekomen is weet ik niet. Hierna woonde er nog een Flikkema, van Velsen en Engelsman, nu fam. Hamming.

Maar even terug naar K.K. Bruin, deze verkocht in 1860 aan het dorp Holwierde voor f 1200,- een halve bunder grond of zowel 50 roeden en in volle eigendom in ene vierkante richting zwettend aan, ten Noorden en ten Oosten aan de verkoper, ten Zuiden aan de weg naar Delfzijl, en ten Westen aan Gerhard Balkema en aan Klaas Bootsman. Dit is de thans nog de bestaande Algemene Begraafplaats, aangelegd door en voor de gemeenschap van het dorp Holwiercle (aldus de koopakte). Daar het op een gegeven moment niet meer mogelijk was op de oude begraafplaats rond de kerk de gestorvenen te begraven, werd er een commissie benoemd voor het aanleggen van een nieuwe begraafplaats, hiervoor werd er een vergadering belegd.
Aanwezig waren hierbij 54 personen.
In de commissie namen zitting K.K. Hofstee, voorzitter, vanaf 1843 landbouwer te Ludjeburen, T.R. Meijer, gemeente-ontvanger, penningmeester en Hendrik Joh. van Belkum, hoofd der school te Holwierde secretaris, deze tekenden de koopakte.
Ook namen nog in de commissie zitting ene J.v.d. Steeg, A.E. Bakker, A.G. Post, P.K. Berghuis, T.H. Eisinga en A.K. Vegter. Wel animo voor een bestuursfunctie in die dagen.
Ook kan men zien dat de meeste mensen van toen allen 2 voornamen hadden, en of men nu arm was of rijk, dit hadden velen overgehouden van voordat men verplicht werd allen een stamnaam te voeren, (omstreeks 1810).
Voordien had men bijvoorbeeld de naam Klaas Klaassens, de naam van de vader erbij, en dit hield men dus aan toen velen er nog een stamnaam bijkregen en zo werd dan de naam KLaas Klaasen Hofstee b.v.  Velen lieten later de ene voornaam weer weg.

Het gereed maken van het begraafplaatsterrein, huisje, bomen heesters, sintel enz. kostte nog eens f 3809, 45 ½ , dit geld werd bijeen gebracht door de verkoop van graven.
Sommigen kochten 4 of 8 graven en hierdoor kwam er geld in het laadje. Doch in 1895 was er nog een tekort van f 61,86.
De spaarbank deed toen een renteloos voorschot van f 100,- en zo kwam men dan weer uit de zorgen.
Jaren achtereen werd het wel en wee van de begraafplaats gedirigeerd vanuit de richting van de spaarbank, doch vanaf 1924 werd de naam eigenlijk Algemene Begraafplaats, Koninklijk goedgekeurd.

Tegenover het boerderijtje van nu wijlen K.K. Bruin loopt nu de Bansumerweg, deze is pas na het einde van de Tweede wereldoorlog hier aangelegd, hiervoor waren dit allen tuinbouwakkers, eens gesticht door de spaarbank.
Vele Holwierders hadden hier, en nog, een tuinbouwakker, en in de herfst kwamen de bestuurders van de bank langs om te bezien of iedere huurder aan zijn verplichtingen voldeed en zo niet dan kreeg de betrokkene een berisping. Ook werden hier na de Tweede wereldoorlog bij graafwerkzaamheden nog resten van lijkkisten aangetroffen, en wie weet hadden eens de Bansumers hier al een eigen begraafplaats.

Tegenover het hek van de nu nog bestaande begraafplaats stond altijd al een huis, vroeger bewoond door Arend Londo, nu fam. Klein, en zijn laatste levensjaren keek de man zeer somber. Eens kwam dokter Drukker uit Delfzijl bij hem langs  en deze zei tegen hem: “man wat kiks ja verschriklijk duuster, as doe der toch zo teegnop zichts om te leev’n, ain sprong en een keer over de kop en doe lig’ster, (op de begraafplaats bedoelde hij natuurlijk). Eén huis verder woonde Eltje Vos, later W. Schipper, nu fam. Dijk, en hiernaast olle Daiwerke, zij had een winkeltje, maar men kon bij haar ook stilletjes een borreltje kopen, dit huis is geheel verdwenen.
Hiernaast woonde eens Wietse Hoving, hij was schoenmaker.
In het huis waar eens “t Hoekje  op stond woonde Jan Wiersema, hij was doodgraver, veehouder en rietdekker, na hem woonde er zijn schoonzoon Kugel, veehouder, doodgraver en voorganger. Het huis brandde in 1940 af en werd in 1941 herbouwd door J. Bouwman, thans bewoond door fam. Visker. Hier tegenover was eens een smederij, in 1866 woonde daar G. Balkema, toen nog met zijn tuin grenzend aan de begraafplaats, na hem woonde er een smid, Jacob Smit, hij deed hiermee zijn naam eer aan. Smit was ook veehouder, hij had land aan de Uiteinderweg en naar ik meen behoort dit land nog altijd aan deze familie.
Smid Jacob was geen krachtpatser  en als de gebroeders Steenhof, zonen van landbouwer J. Steenhof van Nansum, eens langs kwamen, zetten ze steevast altijd zijn aambeeld op de openbare weg en tegen vergoeding van een borreltje zetten de heren het weer op zijn plaats.
Na smid Jacob had ook de heer J. Elenius hier jaren een smederij, hij was er geen veehouder meer bij maar samen met zijn knecht hadden ze altijd volop werk, maar ook dit ambacht is met Elenius hier verdwenen. Thans bewoond door fam. Smit en hiermede ben ik dan naar ik meen rond de wierde van Bansum gekomen.

Mocht ik iets verkeerds geschreven hebben laat het eens weten. De volgende beschrijving gaat hoop ik over de wierde Holwierde.

H. S.