Holwierde


De molens van Holwierde
Door W. O. Bakker, afgedrukt in De Zelfzwichter, jaargang 12, nr. 47, september 1987, pag. 8-11.

In de jaren 1938-1942 ging ik van Spijk op de fiets naar de R.H.B.S. in Appingedam en kwam dan altijd door het dorp Holwierde, waar de twee volop in bedrijf zijnde molens steeds mijn aandacht trokken. Gedurende bijna de gehele fietstocht zag je deze molens staan en van ver werd reeds gekeken of ze ook draaiden. Het dorp Holwierde, de naam zegt het al, ligt als wierdedorp op een drietal wierden. Het westelijke deel van het dorp, Katmis genaamd, bezat de oudste molen. Hier stond bovenop de wierde, op een molenberg oorspronkelijk een standerdmolen. Later verrees er een 18e eeuwse bovenkruier, die in 1841 afbrandde. De molen werd voor B.R. Moedt direkt herbouwd en het werd een geheel houten achtkante stellingmolen met doorlopende achtkantstijlen, gebouwd op ± 1 meter hoge stiepen. Latere eigenaren waren de familie Groenewolt en in 1921 werd Sikko Norden er molenaar. In mijn schooltijd heb ik deze molen enige keren bezocht, terwijl er volop gemalen werd. Ik herinner me nog precies hoe de molen was ingericht. De vloer lag ± 1 meter boven de molenberg, je kwam in de molen via een trapje; op de begane grond was nog een aanbouw voor meer bergruimte. Op de eerste zolder bevond zich o.a. de pelwaaier en onder de stellingzolder lagen de pelstenen die van jacobsladders waren voorzien. Ook was daar de zeverij en het koppel maalstenen aan de zuidkant van de molen.

Scannen0001
De koren- en pelmolen van molenaar S. Norden te Holwierde in mei 1941. Foto: W.O. Bakker

De geheel met hout en asfalt bekleedde molen had een ijzeren as en op beide roeden zelfzwichting. De ijzeren roede, waarschijnlijk van Wieringa, Vierverlaten, was van stroomlijnneuzen voorzien, geheel in hout uitgevoerd: de andere was een houten roede met laseinden. Ik zie nog de meelwagen, reeds op luchtbanden, met het paard voor de deur aan de oostzijde der molen staan om geladen of gelost te worden.
Tijdens de zware gevechten rond Delfzijl, waarbij Holwierde zwaar werd getroffen, werd deze mooie molen helaas in brand geschoten op 24 april 1945 om ± 10 uur voormiddag en werd geheel verwoest. Aan de overzijde van de weg naar Krewerd werd voor de Firma S. Norden en Zn. een nieuw pakhuis en malerij gebouwd, die helaas de oude molen niet kon vervangen als blikvanger in wijde omtrek.

Op de foto ziet u de molen vanuit het westen gefotografeerd in mei 1941. Oostelijker loopt een maar, de z.g. Groote Heekt vanaf Appingedam, door Holwierde naar Bierum.
Aan de oostkant staat hier op een tweede wierde de eeuwenoude kerk en vlak aan de Heekt de vroegere zuivelfabriek De Toekomst.

Aan de oostkant van het water, aan de noordkant van de til in de weg naar Appingedam, werd in 1851 een prachtige molen gebouwd door T.P. Houtman, die o.a. ook de molen van Spijk liet bouwen. Het was ook een geheel houten molen, boven met hout en asfalt bekleed, op een vierkante en zaagschuren aangebouwd.
De molen was uitgerust voor drie taken, n.l. zaag-, pel- en korenmolen, genaamd De Hoop. Deze driedelige taak kwam vroeger in onze streken vaker voor, bijvoorbeeld in Middelstum en ook in de Fram in Woltersum. Als eigenaren worden genoemd Omta, Mulder en Van Buuren, terwijl in 1880 Harm W. Bleeker eigenaar werd. In 1910 zijn zoon Willem Bleeker en in 1942 zijn zoons Harm en Reinder.
Deze prachtige, zeer goed onderhouden molen heb ik meerdere keren bezocht en dit bracht mij ertoe om ± 1940 een doorsneetekening van deze molen te maken. Met potlood, wat primitief, maar er is duidelijk te zien hoe deze molen was ingericht.

Hoofdweg met molen en kerk ca 1940
Foto van Holwierde in 1939 met links molen ‘De Hoop’ van W. Bleeker met ervoor de balkenhaven en in het midden de romaanse N.H. kerk (die na de oorlog een ander uiterlijk kreeg). Geheel rechts het woonhuis van de voormalige zuivelfabriek ‘De Toekomst’. Ansichtkaart, collectie W. O. Bakker.

De zaagmolen had drie zaagsleden, zaagramen enz., waarvan omstreeks 1937 de zuidelijkste werd verwijderd, waarbij in plaats van het zaagraam een gewicht aan de kolderstok was bevestigd om de krukas in balans te houden. Zo heb ik de molen verschillende keren zien zagen. De pellerij met jacobsladders enz. was gelijk aan die in andere pelmolens en op de stellingzolder lag ook nog een koppel maalstenen, evenals op de zolder boven de zagerij.
De krukas lag onder het spoorwiel en werd aangedreven door twee haakse kamwielen vanaf de koningsspil.
Op een oude foto van ± 1910 had de molenschuur nog een spits dak, later werd er een zolder boven de zagerij gebouwd en de zijwanden van de schuur verhoogd. De molen kreeg toen het aanzicht zoals op bijgaande foto.
Voor opslag van graan en gort ontstond toen een veel grotere ruimte in de molen.
De sleephelling lag vlak aan de Heekt , terwijl aan de westzijde nog een flinke balkenhaven was, wat duidelijk linksonder op de foto te zien is.
Bij de molen was later een elektrische zagerij gebouwd en achter de molen een flink stenen pakhuis. Door de fa. Bleeker werd de molen optimaal onderhouden en onder leiding van molenaar-zager Nienhuis werd er ontzettend veel werk verzet.

Ik noteerde in die jaren:
1937 houten stroomlijnneuzen met remkleppen op beide roeden, molen rechtgezet en krukas hersteld;
1940 nieuwe Potroede;
1941 nieuwe kammen in het bovenwiel;
1942 nieuwe staartbalk, lange en korte spruit; 1944 kogellagers in de pelstenen, enz.
Veel werk werd hier gedaan door de fa. Bremer uit Adorp.
In 1945, tijdens de bevrijding, werd de molen De Hoop nogal  gehavend door granaten, maar dit werd direct hersteld en de drukke werkzaamheden werden voortgezet; vooral de pellerij werd veel gebruikt.
Helaas brandde de molen op 28 oktober 1945 geheel af en was Holwierde in korte tijd beide molens kwijt.
In het pakhuis werd aanvankelijk elektrisch gepeld en gemalen, maar later werd ten noorden van de vroegere molen een geheel nieuw bedrijf gesticht, waar thans nog steeds de hout- en bouwmaterialenhandel van de firma W. Bleeker bestaat.

Vermeldenswaard is nog dat De Hoop op 3 augustus 1934 is gefilmd voor Stoere Werkers, de film die door Evert Smit is herontdekt en vele keren getoond. Beide molens ziet men op de film draaien en o.a. de heer W. Bleeker verschijnt op het scherm.
Sinds 1945 is Holwierde het silhouet met beide molens kwijt en ik vind dit nog steeds een onherstelbaar verlies.